LogoWWP 45
  • Algemene instructies
  • Reglementair gebruik
  • Milieubescherming
  • Toebehoren en reserveonderdelen
  • Leveringsomvang
  • Veiligheidsinstructies
    • Gevarenniveaus
    • Veiligheidsinstructies
    • Symbolen op het apparaat
  • Beschrijving apparaat
  • Eerste inbedrijfstelling
    • Olie bijvullen
  • Inbedrijfstelling
    • Oliepeil controleren
    • Brandstof tanken
    • Pomp plaatsen
    • Slangen aansluiten
  • Werking
    • Pomp ontluchten
    • Apparaat starten
    • Apparaat in een noodgeval uitschakelen
    • Apparaat uitschakelen
    • Water aftappen
  • Vervoer
  • Opslag
    • Apparaat reinigen
    • Opslagduur 1...2 maanden
    • Opslagduur 2...12 maanden
    • Opslagduur meer dan 12 maanden
  • Klein en groot onderhoud
    • Onderhoudsintervallen
      • Voor elk gebruik
      • Een keer na 1 maand of 20 bedrijfsuren
      • Elke 3 maanden of 50 bedrijfsuren
      • Elke 6 maanden of 100 bedrijfsuren
      • Jaarlijks door de geautoriseerde klantenservice
      • Elke 2 jaar door de geautoriseerde klantenservice
    • Onderhoudswerkzaamheden
      • Luchtfilter controleren
      • Luchtfilter reinigen
      • Olie verversen
      • Bezinkbeker reinigen
      • Bougie controleren en reinigen
  • Hulp bij storingen
    •  

      De motor start niet.

    •  

      Motorvermogen gering

    •  

      Pomp pompt geen water

    •  

      Gering debiet

  • Garantie
  • EU-conformiteitsverklaring
  • Technische gegevens

      WWP 45

      59686320 (02/24)

      Algemene instructies

      Voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt, dient u deze originele gebruiksaanwijzing en de meegeleverde veiligheidsinstructies door te lezen en deze in acht te nemen.

      Bewaar beide documenten voor later gebruik of volgende eigenaars.

      Reglementair gebruik

      Deze vuilwaterpomp mag niet in gesloten ruimtes worden gebruikt, maar uitsluitend buiten.

      Deze vuilwaterpomp is niet voor gebruik in levensmiddelenbereiken toegestaan.

      Met de pomp mag alleen zoet water worden gepompt.

      Gebruik van brandbare stoffen zoals benzine, diesel of stookolie is wegens brand- en explosiegevaar verboden.

      Het pompen van zout water, zuren, chemicaliën en andere corrosiebevorderende stoffen kan de pomp beschadigen.

      Deze vuilwaterpomp is in leveringstoestand voor gebruik op een hoogte van maximaal 1500 m boven zeeniveau bedoeld. Hij kan door een geautoriseerde klantenservice aan gebruik voor hogere niveaus worden aangepast.

      Als een apparaat dat aan gebruik op hogere niveaus werd aangepast onder deze hoogte wordt gebruikt, kan de motor door oververhitting onbruikbaar worden.

      Milieubescherming

      De verpakkingsmaterialen zijn herbruikbaar. Verwijder verpakkingen op een milieuvriendelijke manier.

      Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak bestanddelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij onjuiste omgang of verkeerd afvalverwijdering een potentieel gevaar voor de gezondheid van de mens en voor het milieu kunnen vormen. Voor een correcte werking van het apparaat zijn deze bestanddelen echter noodzakelijk. Voer apparaten met dit symbool niet samen met het huisvuil af.

      Instructies betreffende ingrediënten (REACH)

      Actuele informatie over ingrediënten vindt u op: www.kaercher.de/REACH

      Toebehoren en reserveonderdelen

      Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reserveonderdelen. Deze garanderen een veilige en storingsvrije werking van het apparaat.

      Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com.

      Leveringsomvang

      Controleer de inhoud bij het uitpakken op volledigheid. Bij ontbrekend toebehoren of bij transportschade neemt u contact op met uw distributeur.

      Veiligheidsinstructies

      Gevarenniveaus

      GEVAAR

      Aanwijzing voor direct dreigend gevaar dat tot zware of dodelijke verwondingen leidt.

      WAARSCHUWING

      Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot zware of dodelijke verwondingen kan leiden.

      VOORZICHTIG

      Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot lichte verwondingen kan leiden.

      LET OP

      Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot materiële schade kan leiden.

      Veiligheidsinstructies

      GEVAAR

      Gevaar voor letsel.

      • Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen met een fysieke, sensorische of verstandelijke beperking of een gebrek aan ervaring en/of kennis.

      • Houd toezicht op kinderen om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen.

      • Kinderen en jongeren mogen het apparaat niet gebruiken.

      GEVAAR

      Explosiegevaar.

      • Gebruik het apparaat nooit in explosieve zones.

      • Neem de desbetreffende veiligheidsvoorschriften in acht, als u het apparaat in gevarenzones (bijvoorbeeld tankstations) gebruikt.

      • Tank alleen de in de gebruiksaanwijzing vermelde brandstof.

      • Tank alleen met uitgezette motor.

      • Tank niet in afgesloten ruimtes.

      • Rook en open vuur is verboden.

      • Zorg er bij het tanken voor dat op de hete oppervlakken geen brandstof terechtkomt.

      • Sluit de deksel van de brandstoftank na het tanken.

      • Gebruik het apparaat niet, als brandstof werd gemorst. Breng het apparaat naar een andere plek en voorkom vonkvorming.

      • Bewaar brandstof alleen in hiervoor toegestane reservoirs.

      • Bewaar brandstof niet in de buurt van open vuur of apparaten die een ontstekingsvlam hebben of vonken vormen (bijvoorbeeld kachels, verwarmingsketels of boilers).

      • Sproei geen starthulpspray in het luchtfilter.

      GEVAAR

      Brandgevaar.

      • Houd tussen licht ontvlambare voorwerpen en de geluiddemper een minimumafstand van 2 m aan.

      • Plaats het apparaat niet in bos-, struik- of graslandschappen, tenzij de uitlaat met een vonkenvanger werd uitgerust.

      • Houd kinderen en andere personen uit het werkbereik.

      • Gebruik het apparaat niet, als het brandstofsysteem beschadigd of ondicht is. Controleer het brandstofsysteem regelmatig.

      • Laat het apparaat voor de opslag in gesloten ruimtes afkoelen.

      Gevaar voor elektrische schok

      • Raak de bougie of de ontstekingskabel niet aan, als het apparaat in werking is.

      WAARSCHUWING

      Gezondheidsrisico

      • Uitlaatgassen zijn giftig. Adem geen uitlaatgassen in. Gebruik het apparaat nooit in gesloten ruimtes. Zorg voor voldoende beluchting en afvoer van emissiegassen.

      • Zorg ervoor dat in de buurt van luchtinlaten geen uitlaatgasemissies optreden.

      • Voorkom herhaaldelijk of langdurig contact van brandstof of motorolie en de huid en adem geen brandstofdampen in.

      VOORZICHTIG

      Gevaar voor verbranding

      • Raak geen hete oppervlakken zoals geluiddemper, cilinders of koelribben aan.

      Gevaar voor gehoorschade

      • Gebruik het apparaat niet zonder geluiddemper. Controleer de geluiddemper regelmatig en laat een defecte geluiddemper vervangen.

      LET OP

      Beschadigingsgevaar

      • Gebruik alleen originele delen van de fabrikant.

      • Oude brandstof kan leiden tot afzettingen in de carburateur en kan zo het motorvermogen negatief beïnvloeden. Gebruik uitsluitend nieuwe brandstof.

      • Verstel geen regelveren of stangen die kunnen leiden tot verhoging van het motortoerental.

      • Gebruik het apparaat niet met verwijderd luchtfilter.

      • Trek niet aan het startkoord, als het apparaat in werking is.

      • Let op voldoende beluchting om oververhitting van het apparaat te voorkomen.

      • Tap bij vorstgevaar het water uit de pomp af.

      Symbolen op het apparaat


      WAARSCHUWING

      Explosiegevaar, brandgevaar.

      Benzine kan door ondeskundige hantering leiden tot brand of explosies.

      Lees deze gebruiksaanwijzing voordat het apparaat wordt gebruikt.

      Gebruik het apparaat niet in gesloten ruimten of gedeeltelijk omsloten terreinen.

      Zet de motor vóór het tanken uit.

      Tank alleen tot 16 mm onder de bovenrand van de tank, zodat voldoende ruimte voor de eventuele expansie van de brandstof overblijft.


      VOORZICHTIG

      Heet oppervlak

      De uitlaat van het apparaat wordt tijdens bedrijf zeer heet en kan leiden tot verbrandingen.

      Vermijd contact met de uitlaat.


      WAARSCHUWING

      Gevaar voor gehoorschade en oogletsel.

      Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming wanneer u het apparaat gebruikt.

      Beschrijving apparaat


      1. Apparaatschakelaar
      2. Trekdraadstarter
      3. Luchtfilter
      4. Vulopening
      5. Deksel brandstoftank
      6. Brandstoftank
      7. Oliepeilstok
      8. Olieaftapplug
      9. Uitgang
      10. Zuigopening
      11. Water-aftapschroef
      12. Typeplaatje
      13. Brandstofkraan
      14. Chokehendel
      15. Gashendel
      Symbolen op het apparaat

      Luchtfilter om de 50 uur reinigen, in stoffige omgevingen om de 10 uur (zie "Verzorging en onderhoud/luchtfilter reinigen").


      Instructie voor het controleren van het oliepeil.


      Chokehendel


      Gashendel

      Eerste inbedrijfstelling

      Olie bijvullen

      1. Het apparaat horizontaal plaatsen.

      2. De oliepeilstok eruit draaien.

      3. De motorolie bijvullen.

        Instructie: De motorolie is niet bij de leveringsomvang inbegrepen. De hoeveelheid en oliesoorten staan vermeld in het hoofdstuk "Technische gegevens".

      4. De oliepeilstok schoonvegen.

      5. De oliepeilstok er helemaal insteken, maar niet vastschroeven.

      6. De oliepeilstok eruit trekken. Het oliepeil moet zich in het gemarkeerde deel van de oliepeilstok bevinden.

      7. Bij een laag oliepeil de motorolie bijvullen.

      8. De oliepeilstok erin draaien en vastdraaien.

      Inbedrijfstelling

      Oliepeil controleren

      1. Het apparaat horizontaal plaatsen.

      2. De oliepeilstok eruit draaien.

      3. De oliepeilstok schoonvegen.

      4. De oliepeilstok er helemaal insteken, maar niet inschroeven.

      5. De oliepeilstok eruit draaien. Het oliepeil moet zich in het gemarkeerde deel van de oliepeilstok bevinden.

      6. Bij laag oliepeil de motorolie bijvullen.

      7. De oliepeilstok erin draaien en vastdraaien.

      Brandstof tanken

      1. Het deksel van de brandstoftank eraf schroeven.

      2. De brandstof tot maximaal de onderrand van de vulopening vullen.

      3. Het deksel van de brandstoftank erop zetten en vastdraaien.

      Pomp plaatsen

      Het debiet van de pomp hangt zeer sterk af van de gebruiksomstandigheden. De inachtneming van de volgende regels leidt tot een optimaal vermogen.

      • Het hoogteverschil tussen wateroppervlak en pomp zo gering als mogelijk houden.

      • De pomp zodanig opstellen dat de aanzuigslang zo kort mogelijk is.

      • Een lange drukslang is voordeliger dan een lange aanzuigslang.

      • Geen onnodig lange slangen gebruiken.

      Slangen aansluiten

      1. De slangklem op de aanzuigslang schuiven.


        1. Aanzuigslang (niet meegeleverd)
        2. Slangklem
        3. Slangnippel
        4. Wartelmoer
        5. Platte afdichting
      2. De wartelmoer op de slangnippel schuiven.

      3. De aanzuigslang op de slangnippel schuiven.

      4. De slangklem positioneren en vastdraaien.

      5. De platte afdichting tussen aanzuigaansluiting en slangnippel leggen.

        Instructie: Als aanzuigslang moet een verstevigde, voor onderdruk geschikte slang worden gebruikt.

      6. De aanzuigslang met de aanzuigaansluiting verbinden en de wartelmoer vastdraaien.

      7. Het zuigfilter aan het andere einde van de aanzuigslang aanbrengen.


        1. Aanzuigslang (niet meegeleverd)
        2. Slangklem
        3. Zuigfilter
      8. De drukslang (niet bijgeleverd) van slangnippel, wartelmoer en slangklem voorzien.

      9. Een platte afdichting tussen slangnippel en uitgang leggen.

      10. De drukslang met de uitgang verbinden en de wartelmoer vastdraaien.

      Werking

      Pomp ontluchten

      LET OP

      Beschadigingsgevaar

      Als de pomp droogloopt, worden de afdichtingen beschadigd.

      Ontlucht de pomp voor inbedrijfstelling. Als de pomp onbedoeld droog wordt gebruikt, de motor onmiddellijk stoppen en de pomp laten afkoelen alvorens met ontluchten te beginnen.

      1. De afsluiting van de vulopening eruit schroeven.

      2. De pomp volledig met water vullen.

      3. De afsluiting weer in de vulopening draaien en vastdraaien.

      Apparaat starten

      1. De pomp ontluchten.

      2. De brandstofkraan openen.

      3. De chokehendel naar links schuiven.

      4. De gashendel ongeveer 1/3 van de totale weg naar links schuiven.

      5. De apparaatschakelaar op “I” zetten.

      6. Langzaam aan de trekdraadstarter trekken tot een sterke weerstand merkbaar is, en dan stevig trekken.

      7. De trekdraadstarter langzaam teruggeleiden.

        LET OP

        Beschadigingsgevaar

        De terugschietende trekdraadstarter beschadigt het apparaat.

        De trekdraadstarter langzaam teruggeleiden.

      8. Als de motor is gestart, de chokehendel naar rechts schuiven.

      9. De gashendel naar links schuiven tot het gewenste toerental is bereikt. Het debiet van de pomp hangt af van het toerental.

      10. De werking van de pomp controleren. Drooglopen beschadigt de pomp. Als de pomp geen water pompt, de motor uitzetten en ontluchting van de pomp herhalen.

      Apparaat in een noodgeval uitschakelen

      1. Zet de apparaatschakelaar op "0".

      Apparaat uitschakelen

      1. Gashendel helemaal naar rechts schuiven.

      2. Zet de apparaatschakelaar op "0".

      3. Brandstofkraan sluiten.

      Water aftappen

      1. Water-aftapschroef eruit draaien.

      2. Water uit de pomp aftappen.

      3. Afsluiting van de vulopening eruit schroeven.

      4. Pomp met vers water spoelen.

      5. Vers water aftappen.

      6. Afsluiting van de vulopening erin schroeven en vastdraaien.

      7. Water-aftapschroef erin draaien en vastdraaien.

      Vervoer

      • Voor het transport de apparaatschakelaar op “0” zetten.

      • De motor voor het verladen minstens 15 minuten laten afkoelen.

      • Het apparaat tijdens transport verticaal houden om morsen van brandstof te voorkomen.

      • Tijdens transport in voertuigen het apparaat conform de richtlijnen tegen wegrollen, wegglijden en kantelen beveiligen.

      • Het gewicht van het apparaat tijdens transport in acht nemen.

      Opslag

      VOORZICHTIG

      Niet in acht nemen van het gewicht

      Gevaar voor letsel en beschadiging

      Houd bij de opslag rekening met het gewicht van het apparaat.

      LET OP

      Beschadigingsgevaar

      Leg geen zware voorwerpen op het apparaat.

      Apparaat drogen en stofvrij opslaan.

      Apparaat reinigen

      Voor opslag moet het apparaat worden gereinigd.

      1. Het apparaat een half uur laten afkoelen, als het te kort in gebruik was.

      2. De pomp met helder water schoonspoelen.

      3. Het apparaat met weinig water van buiten met de hand wassen.

      4. Alle bereikbare oppervlakken droog wrijven.

      5. De water-aftapschroef eruit draaien en water aftappen.

      6. De water-aftapschroef erin draaien en vastdraaien.

      7. Oppervlakken die gevoelig zijn voor roest licht met olie behandelen.

      8. De bedienelementen met siliconenspray smeren.

      Opslagduur 1...2 maanden

      1. Benzinestabilisator in de brandstoftank vullen.

      2. De brandstoftank bijvullen.

      Opslagduur 2...12 maanden

      Bovendien:

      1. De brandstofkraan sluiten.

      2. Een reservoir onder de carburateur plaatsen.


        1. Carburateur
        2. Aftapschroef
      3. De aftapschroef eruit draaien.

      4. De brandstof in het reservoir opvangen.

      5. De aftapschroef erin draaien en vastdraaien.

      6. De bezinkbeker reinigen (zie “Verzorging en onderhoud/bezinkbeker controleren en reinigen”).

      Opslagduur meer dan 12 maanden

      Bovendien:

      1. De bougie eruit draaien.

      2. 5...10 cm3 Motorolie in de cilinder vullen.

      3. De trekdraadstarter er meerdere keren langzaam doortrekken, zodat de olie in de motor wordt verdeeld.

      4. De bougie er weer inschroeven.

      5. De olie verversen (zie “Verzorging en onderhoud/olie verversen”).

      6. Langzaam aan de trekdraadstarter trekken tot een sterke weerstand merkbaar is.

      Klein en groot onderhoud

      GEVAAR

      Letselgevaar, gevaar door elektrische stroomstoot.

      Het apparaat kan onverwacht starten. Bewegende delen kunnen letsel veroorzaken.

      Trek voor onderhoudswerkzaamheden de bougiestekker los.

      VOORZICHTIG

      Verbrandingsgevaar.

      Aanraken van hete apparaatdelen kan leiden tot brandwonden.

      Laat het voertuig afkoelen, alvorens er werkzaamheden aan uit te voeren.

      * Beschrijving, zie “Inbedrijfstelling”.

      ** Beschrijving, zie “Onderhoudswerkzaamheden”.

      Onderhoudsintervallen

      Voor elk gebruik

      1. Het apparaat op correcte toestand en bedrijfsveiligheid controleren. Beschadigd apparaat niet in gebruik nemen.

      2. Het oliepeil controleren. *

      3. Het luchtfilter controleren. **

      Een keer na 1 maand of 20 bedrijfsuren

      1. De olie verversen. **

      Elke 3 maanden of 50 bedrijfsuren

      1. Het luchtfilter reinigen. **

        In stoffige omgevingen de reiniging vaker uitvoeren.

      Elke 6 maanden of 100 bedrijfsuren

      1. De olie verversen. **

      2. De bezinkbeker reinigen. **

      3. De bougie controleren en reinigen. **

      4. De vonkenvanger (niet bijgeleverd) reinigen. **

      Jaarlijks door de geautoriseerde klantenservice

      1. De klepspeling controleren en instellen.

      2. De brandstoftank en het brandstoffilter reinigen.

      3. Het luchtfilterinzetstuk vervangen.

      4. De bougie vervangen.

      5. Het standgas-toerental controleren/instellen.

      6. De klepspeling controleren/instellen.

      7. Het schoepenwiel van de pomp controleren.

      8. De spleet tussen behuizing en schoepenwiel controleren.

      9. De inlaatklep van de pomp controleren.

      Elke 2 jaar door de geautoriseerde klantenservice

      1. De brandstofleiding controleren, indien nodig vervangen.

      2. De verbrandingsruimte van de motor reinigen.

      Onderhoudswerkzaamheden

      Luchtfilter controleren

      1. De lussen optillen en de deksel verwijderen.


        1. Deksel
        2. Lus
        3. Luchtfilterinzetstuk
      2. Het luchtfilterinzetstuk op vervuiling controleren. Het luchtfilter indien nodig reinigen of bij beschadiging vervangen (zie “Luchtfilter reinigen”).

      3. De deksel erop doen en laten vergrendelen.

      Luchtfilter reinigen

      LET OP

      Beschadigingsgevaar

      Als het luchtfilterinzetstuk ontbreekt, kan binnendringend stof de motor onbruikbaar maken.

      Gebruik het apparaat niet zonder luchtfilterinzetstuk.

      1. Schoepenwiel openen (zie “Luchtfilter controleren”).

      2. Het luchtfilterinzetstuk eruit nemen.

      3. Het luchtfilterinzetstuk in warm water met schoonmaakmiddel wassen en met helder water spoelen.

        Instructie: Voer de oliehoudende wasoplossing milieuvriendelijk af.

      4. Het luchtfilterinzetstuk laten drogen.

      5. Het luchtfilterinzetstuk in schone motorolie dompelen en overtollige olie eruit drukken.

      6. Het luchtfilterinzetstuk weer plaatsen.

      7. Het deksel plaatsen.

      8. De vergrendelingen sluiten.

      Olie verversen

      De olieverversing uitvoeren, als de motor warm is.

      1. De oliepeilstok eruit draaien.


        1. Oliepeilstok
        2. Olieaftapplug
      2. De olieaftapschroef er met de afdichting uitdraaien en de olie opvangen.

      3. De olieaftapschroef met afdichting indraaien en vastdraaien.

      4. Het apparaat horizontaal neerzetten.

      5. De motorolie (voor oliesoort zie “Technische gegevens”) afmeten en bij de opening voor de oliepeilstok bijvullen.

      6. Het oliepeil controleren (zie “Inbedrijfstelling”).

      7. De oliepeilstok erin draaien en vastdraaien.

      8. De oude olie milieuvriendelijk afvoeren.

      Bezinkbeker reinigen

      De bezinkbeker scheidt water van benzine.

      1. De brandstofkraan sluiten.

      2. De bezinkbeker losschroeven.


        1. Bezinkbeker
        2. Schroef
      3. De bezinkbeker met O-ring verwijderen.

      4. De bezinkbeker en de O-ring met niet-brandbaar oplosmiddel reinigen en laten drogen.

      5. De bezinkbeker en de O-ring aanbrengen en vastschroeven.

      6. De brandstofkraan openen.

      7. Afdichting tussen bezinkbeker en carburateur controleren.

      8. De brandstofkraan sluiten.

      Bougie controleren en reinigen

      1. De bougiestekker lostrekken.


        1. Bougiestekker
        2. Bougie
      2. De omgeving van de bougie reinigen zodat geen vuil in de motor dringt als de bougie wordt verwijderd.

      3. De bougie eruit schroeven.

      4. Een bougie met versleten elektrode of gebroken isolator vervangen.

      5. De elekrodestafstand van de bougie controleren. Instelwaarde 0,7...0,8 mm.

      6. De afdichting van de bougie op beschadiging controleren.

        LET OP

        Beschadigingsgevaar

        Een losse bougie kan oververhitten en de motor beschadigen. Een te vast aangedraaide bougie beschadigt het schroefdraad in de motor.

        Neem de volgende aanwijzingen voor het vastdraaien van de bougie in acht.

      7. De bougie er voorzichtig met de hand indraaien. Het schroefdraad niet kantelen.

      8. De bougie er met de bougiesleutel helemaal indraaien en als volgt vastdraaien.

        1. Een gebruikte bougie 1/8...1/4 omdraaiing vastdraaien.

        2. Een nieuwe bougie 1/2 omdraaiing vastdraaien.

      9. De bougiestekker erop steken.

      Hulp bij storingen

      Laat alle controles en werkzaamheden aan elektrische delen door een vakman uitvoeren.

      Neem bij storingen die niet in dit hoofdstuk worden vermeld contact op met een bevoegde klantenservice.

      • De motor start niet. 

      • Motorvermogen gering 

      • Pomp pompt geen water 

      • Gering debiet 

       

      De motor start niet.

      Oplossing:

      1. De brandstofkraan openen.

      2. De chokehendel naar links schuiven.

      3. Stel de apparaatschakelaar op "I" in.

      4. Brandstof in de tank vullen.

      5. Het oliepeil controleren, indien nodig bijvullen.

      6. De brandstoftank en de carburateur legen. Nieuwe brandstof tanken.

      7. De bougie controleren (zie “Verzorging en onderhoud/bougie controleren en reinigen”).

      8. Een natte bougie laten drogen. Vervolgens de motor met gashendel in volle gasklepstand starten.

      9. De bezinkbeker reinigen (zie “Verzorging en onderhoud/bougie controleren en reinigen”).

       

      Motorvermogen gering

      Oplossing:

      1. Het luchtfilter controleren.

      2. De brandstoftank en de carburateur legen. Nieuwe brandstof tanken.

       

      Pomp pompt geen water

      Oplossing:

      1. De pomp ontluchten.

      2. De aanzuigslang op dichtheid en gaten controleren.

      3. De platte afdichting tussen apparaat en aanzuigslang controleren.

      4. Een stabielere aanzuigslang gebruiken.

      5. Het aanzuigfilter compleet onderdompelen.

      6. Het aanzuigfilter schoonmaken.

      7. De pomp dichter bij de waterbron plaatsen. Hoogteverschil tussen pomp en wateroppervlak verkleinen.

      8. Kortere slangen gebruiken.

       

      Gering debiet

      Oplossing:

      1. De aanzuigslang op dichtheid en gaten controleren.

      2. De platte afdichting tussen apparaat en aanzuigslang controleren.

      3. Een stabielere aanzuigslang gebruiken.

      4. Het aanzuigfilter compleet onderdompelen.

      5. Het aanzuigfilter schoonmaken.

      6. De pomp dichter bij de waterbron plaatsen. Hoogteverschil tussen pomp en wateroppervlak verkleinen.

      7. Kortere slangen gebruiken.

      Garantie

      In elk land gelden de garantievoorwaarden die door onze verantwoordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgegeven. Mogelijke storingen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een materiaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aankoopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde geautoriseerde klantenservice.

      Meer informatie vindt u op: www.kaercher.com/dealersearch

      EU-conformiteitsverklaring

      Hiermee verklaren wij dat de hierna vermelde machine op basis van het ontwerp en type en in de door ons op de markt gebrachte uitvoering voldoet aan de relevante veiligheids- en gezondheidsvereisten van de EU-richtlijnen. Bij een niet door ons goedgekeurde wijziging van de machine verliest deze verklaring zijn geldigheid.

      Product: Vuilwaterpomp

      Type: 1.042-xxx

      Relevante EU-richtlijnen

      2006/42/EG (+2009/127/EG)

      2011/65/EU

      2014/30/EU

      2000/14/EG

      Toegepaste geharmoniseerde normen

      EN 809: 1998: A1: 2009 + AC: 2010

      EN IEC 63000: 2018

      EN ISO 14982:2009

      Toegepaste nationale normen

      -

      Toegepaste conformiteitswaarderingsprocedure

      2000/14/EG: Anhang V

      Geluidsvermogensniveau dB(A)

       

      Gemeten: 101

      Gegarandeerd: 104

      De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.


      Gevolmachtigde voor de documentatie:

      S. Reiser

      Alfred Kärcher SE & Co. KG

      Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40

      71364 Winnenden (Germany)

      Tel.: +49 7195 14-0

      Fax: +49 7195 14-2212

      Winnenden, /01/02

      Technische gegevens

        

      Pomp
      Nominale wijdte“
      3
      Opbrengst maximaal
      45000 l/h
      Aanzuighoogte (max.)
      7 m
      Opvoerhoogte (max.)
      25 m
      Verbrandingsmotor
      Motortype
      Eencilinder
      Type
      4-takt
      Koeltype
      Luchtgekoeld
      Cilinderinhoud
      196 cm3
      Motorrendement
      5,1/6,9 kW/PS
      Brandstoftype
      Benzine, min. 88 octaan
      Inhoud brandstoftank
      3,6 l
      Gebruiksduur bij volle tank
      2,1 h
      Hoeveelheid motorolie
      0,5 l
      Type olie
      10 W-30 15 W-40
      Bougietype
      F5T, F6TJC, F7TJC
      Afmetingen en gewichten
      Lengte
      580 mm
      Breedte
      440 mm
      Hoogte
      450 mm
      Gewicht zonder brandstof
      36 kg
      CO2-Emissies conform de meetprocedure van EU-verordening 2016/1628 Euro V
      Motor
      790 g/kWh
      <BackPage>

       



      </BackPage>