LogoHDS 10/21-4 M Classic
  • Algemene instructies
  • Milieubescherming
    • Aanvullende opmerkingen inzake de milieubescherming
  • Overzicht apparaat
    • Beschrijving apparaat
    • Bedieningsveld
  • Symbolen op het apparaat
  • Reglementair gebruik
    • Grenswaarden voor de watertoevoer
  • Veiligheidsinstructies
  • Veiligheidsinrichtingen
    • Veiligheidsklep
    • Watertekortbeveiliging
    • Afvoergas-temperatuurbegrenzer
  • Inbedrijfstelling
    • Oliepeil van de hogedrukpomp controleren
    • Toebehoren monteren
    • Systeemonderhoud
      • Systeemonderhoud bepalen
      • Systeemonderhoud bijvullen
    • Brandstof bijvullen
    • Wateraansluiting
    • Elektrische aansluiting
  • Bediening
    • Mondstuk vervangen
    • Apparaat inschakelen
    • Wisselstekker
    • Werkdruk en opvoerhoeveelhid instellen
      • Druk-/volumeregeling van de pompeenheid
    • Reiniging
    • Gebruik met koud water
    • Eco-niveau
    • Gebruik met heet water
      • Aanbevolen reinigingstemperaturen
    • Werking onderbreken
    • Apparaat uitschakelen
    • Apparaat opbergen
    • Vorstbescherming
    • Buitengebruikstelling
      • Water aftappen
      • Het apparaat door met antivries doorspoelen
  • Vervoer
    • Kraantransport
  • Opslag
  • Verzorging en onderhoud
    • Veiligheidsinspectie/onderhoudscontract
    • Onderhoudsintervallen
      • Wekelijks
      • Om de 500 bedrijfsuren, minstens jaarlijks
    • Onderhoudswerkzaamheden
      • Fijnfilter reinigen
      • Brandstofzeef reinigen
      • Brandstoffilter reinigen
      • Brandstoftank reinigen
      • Olie verversen
  • Hulp bij storingen
    • Apparaat werkt niet

    • Controlelampje brandstof brandt

      Instructie

      Alleen van toepassing als het apparaat in werking is met heet water.

    • Apparaat bouwt geen druk op

    • Apparaat lekt, er druppelt water uit de onderkant van het apparaat

    • Het apparaat schakelt continu aan en uit terwijl het hogedrukpistool gesloten is

    • Brander geen ontsteking

      Instructie

      Alleen van toepassing bij werking met heet water.

    • Brander schakelt niet uit ondanks watertekort

    • Ingestelde temperatuur wordt niet bereikt bij gebruik met heet water

  • Klantenservice
    • Apparaat werkt niet

    • Controlelampje brandstof brandt

      Instructie

      Alleen van toepassing als het apparaat in werking is met heet water.

    • Apparaat bouwt geen druk op

    • Apparaat lekt, er druppelt water uit de onderkant van het apparaat

    • Het apparaat schakelt continu aan en uit terwijl het hogedrukpistool gesloten is

    • Brander geen ontsteking

      Instructie

      Alleen van toepassing bij werking met heet water.

    • Brander schakelt niet uit ondanks watertekort

    • Ingestelde temperatuur wordt niet bereikt bij gebruik met heet water

  • Garantie
  • Toebehoren en reserveonderdelen
    • Aanbouwsets
  • EU-conformiteitsverklaring
  • Technische gegevens

      HDS 10/21-4 M Classic

      59801690 (05/24)

      Algemene instructies

      Voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt, dient u deze oorspronkelijke gebruiksaanwijzing en de meegeleverde veiligheidsinstructies door te lezen Handel dienovereenkomstig.

      Bewaar beide documenten voor later gebruik of volgende eigenaars.

      • Wanneer de gebruiksaanwijzing en de veiligheidsinstructies niet worden opgevolgd, kan dit schade aan het toestel en gevaar voor de bediener en andere personen tot gevolg hebben.

      • Bij transportschade de dealer onmiddellijk op de hoogte brengen.

      • Controleer bij het uitpakken of de verpakkingsinhoud compleet is en niet beschadigd is. Leveringsomvang zie afbeelding A.

      • Neem bij een bedrijfshoogte van meer dan ca. 800 m boven NAP contact op met uw dealer om de instelling van de brander aan de hoogte en het lagere zuurstofgehalte aan te passen.

      Milieubescherming

      De verpakkingsmaterialen zijn herbruikbaar. Verwijder verpakkingen op een milieuvriendelijke manier.

      Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak bestanddelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij onjuiste omgang of verkeerd afvalverwijdering een potentieel gevaar voor de gezondheid van de mens en voor het milieu kunnen vormen. Voor een correcte werking van het apparaat zijn deze bestanddelen echter noodzakelijk. Voer apparaten met dit symbool niet samen met het huisvuil af.

      Instructies betreffende ingrediënten (REACH)

      Actuele informatie over ingrediënten vindt u op: www.kaercher.de/REACH

      Aanvullende opmerkingen inzake de milieubescherming

      Zorg ervoor dat motorolie, stookolie, diesel en benzine niet in het milieu terechtkomen. Bescherm de grond en verwijder afgewerkte olie op milieuvriendelijke wijze.

      Overzicht apparaat

      Beschrijving apparaat


      1. Kabelhouder
      2. Watertekortbeveiliging en veiligheidsventiel
      3. Magneetventiel brandstof
      4. Brandstofpomp
      5. Typeplaatje
      6. Branderventilator
      7. Vulopening voor brandstof (tankdop)
      8. Brandstoffilter
      9. Brandstofzeef
      10. Brandstofreservoir
      11. Elektromotor
      12. Houder voor hogedrukpistool met straalbuis
      13. Druk-/volumeregeling van de pompeenheid
      14. Oliepeilindicatie
      15. Olieaftapplug
      16. Olievulplug
      17. Pompeenheid
      18. Elektrische toevoerleiding
      19. Fijnfilter (water)
      20. Deksel van de vlottertank
      21. Vulopening voor systeemonderhoud RM 110/RM 111
      22. Vlottertank
      23. Wateraansluiting
      24. Temperatuursensor
      25. Hogedrukaansluiting
      26. Slanghouder
      27. Brander
      28. Ontstekingstransformator
      29. Zwenkwiel met parkeerrem
      30. Hogedrukslang
      31. Bevestigingsschroef voor kap
      32. Niveauschakelaar
      33. Wartelmoer
      34. Leegmeldingsensor
      35. Bedieningsveld
      36. Kap
      37. Triggerhendel
      38. Hogedrukpistool
      39. Hogedruksproeier
      40. Straalbuis
      41. Veiligheidspal van het hogedrukpistool
      42. Beugel voor kraantransport
      43. Frame

      Bedieningsveld


      0 = uit

      1. Apparaatschakelaar
      2. Bedrijfsmodus: Gebruik met koud water
      3. Bedrijfsmodus: Gebruik met heet water (e = eco-stand, heet water max. 60 °C)
      4. Controlelamp brandstof
      5. QR-code voor informatie

      Symbolen op het apparaat

       
      De hogedrukstraal niet op personen, dieren, actieve elektrische uitrusting of het apparaat zelf richten.
      Het apparaat tegen vorst beschermen.
       
      Gevaar door elektrische spanning. Uitsluitend elektriciens of daartoe bevoegde vakmensen mogen werkzaamheden aan de elektrotechnische installatie uitvoeren.
      Gezondheidsrisico door giftige uitlaatgassen. Adem de uitlaatgassen niet in.
      Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken.
       
      QR-code voor informatie

      Reglementair gebruik

      Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor als reinigingsapparaat, bijv. voor machines, voertuigen, gebouwen, gereedschappen, gevels, patio's en tuinapparatuur.

      GEVAAR

      Gebruik bij tankstations of andere gevarenzones

      Gevaar voor letsel

      Neem de desbetreffende veiligheidsvoorschriften in acht.

      Instructie

      Voorkom dat afvalwater met minerale olie in de grond, water of riolering terechtkomt. Motor wassen of ondergrond wassen alleen op geschikte plaatsen met olieafscheider uitvoeren.

      Grenswaarden voor de watertoevoer

      LET OP

      Vervuild water

      Vroegtijdige slijtage of afzettingen in het apparaat

      Gebruik het apparaat enkel met zuiver water of met recyclingwater dat de grenswaarden niet overschrijdt.

      Voor de watertoevoer gelden volgende grenswaarden:

      • pH-waarde: 6,5-9,5

      • Elektrisch geleidingsvermogen: Geleidingsvermogen van schoon water + 1200 µS/cm, maximaal geleidingsvermogen 2000 µS/cm

      • Afzetbare stoffen (testvolume 1 l, afzettingstijd 30 minuten): < 0,5 mg/l

      • Filtreerbare stoffen: < 50 mg/l, geen abrasieve stoffen

      • koolwaterstoffen: < 20 mg/l

      • chloride: < 300 mg/l

      • sulfaat: < 240 mg/l

      • calcium: < 200 mg/l

      • totale hardheid: < 28 °dH, < 50° TH, < 500 ppm (mg CaCO3/l)

      • ijzer: < 0,5 mg/l

      • mangaan: < 0,05 mg/l

      • koper: < 2 mg/l

      • actieve chloor: < 0,3 mg/l

      • Vrij van onaangename geuren

      Veiligheidsinstructies

      Voor het apparaat gelden de volgende veiligheidsinstructies:

      • Neem de betreffende nationale voorschriften van de wetgever voor vloeistofstralers in acht.

      • Neem de betreffende nationale voorschriften van de wetgever inzake ongevallenpreventie in acht. Vloeistofstralers moeten regelmatig worden getest en het resultaat van de test schriftelijk worden vastgelegd.

      • Bedenk dat de verwarming van het apparaat een stookinstallatie is. Stookinstallaties moeten regelmatig conform de betreffende nationale voorschriften van de wetgever worden getest.

      • Aan het apparaat en aan de toebehoren mogen geen veranderingen worden aangebracht.

      • Om gevaar door te hoge temperaturen te voorkomen, moet u bij werktemperaturen boven 60 °C de druk-/debietregeling van de pompeenheid op MAX instellen.

      Veiligheidsinrichtingen

      Veiligheidsinrichtingen dienen voor de bescherming van de gebruiker en mogen niet buiten werking worden gesteld of worden overbrugd.

      Veiligheidsklep

      • De veiligheidsklep gaat open, als de drukschakelaar defect is.

      • De veiligheidsklep is af fabriek ingesteld en verzegeld. De instelling wordt uitgevoerd door de klantenservice.

      Watertekortbeveiliging

      De watertekortbeveiliging verhindert dat de brander wordt ingeschakeld bij watertekort.

      Afvoergas-temperatuurbegrenzer

      De uitlaatgastemperatuur-begrenzer schakelt het apparaat uit, als de uitlaatgastemperatuur te hoog is.

      Inbedrijfstelling

      WAARSCHUWING

      Beschadigde componenten

      Gevaar voor letsel

      Controleer apparaat, toebehoren, toevoerleidingen en aansluitingen op onberispelijke toestand. Als de toestand niet perfect is, mag u het apparaat niet gebruiken.

      1. De parkeerrem vergrendelen.

      Oliepeil van de hogedrukpomp controleren

      LET OP

      Melkachtige olie

      Schade aan het apparaat

      Als de olie melkachtig is, neem dan onmiddellijk contact op met de geautoriseerde klantenservice.

      1. Het apparaat op een vlakke ondergrond zetten.

      2. Het oliepeil van de hogedrukpomp bij de oliepeilindicatie controleren.

        Het oliepeil moet zich in het midden van de oliepeilindicatie bevinden.

      3. Indien nodig olie bijvullen.

      Toebehoren monteren

      Instructie

      Het EASY!Lock-systeem verbindt componenten door een snelschroefdraad met slechts een omwenteling snel en veilig.

      1. De straalbuis met het hogedrukpistool verbinden en handvast aanhalen (EASY!Lock).

      2. De hogedruksproeier op de straalbuis steken.

      3. De wartelmoer monteren en handvast aanhalen (EASY!Lock).

      4. De hogedrukslang met het hogedrukpistool en de hogedrukaansluiting van het apparaat verbinden en handvast aanhalen (EASY!Lock).

      Systeemonderhoud

      Systeemonderhoud bepalen

      Instructie

      RM 110 voorkomt verkalking van de heetwaterslang in geval van hard water.

      Instructie

      RM 111 dient bij zacht water als pompverzorging en ter bescherming tegen zwartwatervorming.

      Waterhardheid (°dH)
      Te gebruiken systeemonderhoud
      <3
      RM 111
      >3
      RM 110
      1. Bepaal de plaatselijke waterhardheid via het plaatselijke waterleidingbedrijf of met een hardheidsmeter (bestelnummer 6.768-004.0).

      Systeemonderhoud bijvullen

      Instructie

      Het systeemonderhoud is niet in de leveringsomvang inbegrepen.

      • Het systeemonderhoud voorkomt op een doeltreffende manier verkalking van de heetwaterslang bij werking met kalkhoudend leidingwater. Het wordt druppelsgewijs gedoseerd aan de toevoer van de vlottertank.

      • De dosering is in de fabriek op een gemiddelde waterhardheid ingesteld. Het apparaat kan door de klantenservice worden aangepast aan de plaatselijke waterhardheid.

      1. Het systeemonderhoud bijvullen.

      Brandstof bijvullen

      GEVAAR

      Ongeschikte brandstof

      Explosiegevaar

      Vul alleen dieselbrandstof of lichte stookolie bij. Ongeschikte brandstoffen, bijv. benzine, mogen niet worden gebruikt.

      LET OP

      Gebruik met een lege brandstoftank

      Vernieling van de brandstofpomp

      Gebruik het apparaat nooit met een lege brandstoftank.

      1. De reservoirsluiting openen.

      2. Vul brandstof bij.

      3. De reservoirafsluiting sluiten.

      4. Eventueel overgelopen brandstof wegvegen.

      Wateraansluiting

      • Aansluitwaarden zie Technische gegevens.

      Instructie

      De watertoevoerslang is niet bij de leveringsomvang inbegrepen.

      1. Sluit de toevoerslang (minimale lengte 7,5 m, minimale diameter 3/4“) op de wateraansluiting van het apparaat en op de watertoevoer (bijvoorbeeld een waterkraan) aan.

      2. De watertoevoer openen.

      Elektrische aansluiting

      GEVAAR

      Ongeschikte elektrische verlengkabels

      Elektrische schok

      Gebruik buiten alleen daarvoor toegestane en overeenkomstig gemarkeerde elektrische verlengkabels waarvan de diameter groot genoeg is.

      Zorg ervoor dat de stekker en koppeling van een gebruikte verlengkabel waterdicht zijn.

      Rol verlengsnoeren altijd volledig uit.

      • Aansluitwaarden zie technische gegevens en typeplaatje.

      • De elektrische aansluiting moet worden uitgevoerd door een elektricien en moet voldoen aan IEC 60364-1.

      • De juiste polariteit van het apparaat controleren, zie Bediening/wisselstekker.

      Bediening

      GEVAAR

      Brandbare vloeistoffen

      Explosiegevaar

      Sproei geen ontvlambare vloeistoffen.

      GEVAAR

      Gebruik zonder straalbuis

      Gevaar voor letsel

      Gebruik het apparaat nooit zonder gemonteerde straalbuis.

      Controleer voor elk gebruik of het mondstuk stevig vastzit. De schroefverbinding van de straalbuis moet handvast zijn vastgedraaid.

      GEVAAR

      Hogedrukwaterstraal

      Gevaar van letsel

      Bevestig de trekker nooit in geactiveerde positie.

      Zet het hogedrukpistool vast door de veiligheidsgrendel naar voren te duwen voordat u werkzaamheden aan het apparaat uitvoert.

      Houd de hogedrukpistool en de straalbuis met beide handen vast.

      GEVAAR

      Gevaar door beschadigd netsnoer

      Elektrische schok

      Zorg ervoor dat het netsnoer tijdens de werkings niet in contact komt met de brander (heet).

      LET OP

      Gebruik met een lege brandstoftank

      Vernieling van de brandstofpomp

      Gebruik het apparaat nooit met een lege brandstoftank.

      Mondstuk vervangen

      1. Schakel het apparaat uit en bedien het hogedrukpistool tot het apparaat drukloos is.

      2. Beveilig het hogedrukpistool; duw hiervoor de veiligheidsgrendel naar voren.

      3. Vervang de nozzle.

      Apparaat inschakelen

      1. De apparaatschakelaar in de gewenste bedrijfsmodus zetten. Het apparaat start kort en schakelt uit, zodra de werkdruk is bereikt.

      2. Ontgrendel het hogedrukpistool; duw hiervoor de veiligheidsgrendel naar achteren. Door bediening van het hogedrukpistool schakelt het apparaat weer in.

        Instructie

        Als er geen water uit het hogedrukmondstuk komt, de pomp ontluchten. Zie hulp bij storingen - apparaat bouwt geen druk op.

      Wisselstekker

      1. Het apparaat in koudwaterbedrijf gebruiken.

      2. De juiste draairichting van de ventilator controleren: Daartoe de hand boven de uitworp houden en controleren of een luchtstroom voelbaar is.

      3. Luchtstroom voelbaar: De draairichting is correct.

      4. Luchtstroom niet voelbaar: De polen van de wisselstekker omwisselen.


      Werkdruk en opvoerhoeveelhid instellen

      Druk-/volumeregeling van de pompeenheid

      1. Draai de regelspindel met de klok mee: de werkdruk verhogen (MAX).

      2. Draai de regelspindel tegen de klok in: de werkdruk verlagen (MIN).

      Reiniging

      Instructie

      De hogedrukstraal altijd eerst vanaf grotere afstand en met lage temperatuur op het te reinigen object richten om beschadiging door te hoge druk en temperatuur te voorkomen.

      1. De reinigingstemperatuur instellen naar gelang van het te reinigen oppervlak.

      Gebruik met koud water

      Voor het verwijderen van lichte vervuiling en voor spoelen, bijv. tuingereedschap, terras, gereedschap.

      Eco-niveau

      Het apparaat werkt in het meest rendabele temperatuurbereik (max. 60 °C).

      Gebruik met heet water

      GEVAAR

      Heet water

      Gevaar voor brandwonden

      Vermijd contact met heet water.

      GEVAAR

      Gevaar door te hoge temperaturen

      Verbrandingsgevaar

      Om gevaar door te hoge temperaturen te voorkomen, moet u bij werktemperaturen boven 60 °C de druk-/debietregeling van de pompeenheid op MAX instellen.

      Instructie

      Na gebruik met heet water kunnen soms waterdruppels uit het veiligheidsventiel ontsnappen ten gevolge van de restwarmte in de ketel.

      1. De apparaatschakelaar instellen op de gewenste temperatuur.

      Aanbevolen reinigingstemperaturen

      • 30-50 °C: Lichte vervuiling

      • Max. 60 °C: Eiwithoudend vuil, bijv. in de levensmiddelenindustrie

      • 60-90 °C: Autoreiniging, machinereiniging

      Werking onderbreken

      1. Beveilig het hogedrukpistool; duw hiervoor de veiligheidsgrendel naar voren.

      Apparaat uitschakelen

      GEVAAR

      Gevaar door heet water

      Verbrandingsgevaar

      Laat het apparaat na gebruik met heet water ter afkoeling minimaal 2 minuten met koud water en geopend pistool lopen.

      1. De watertoevoer sluiten.

      2. De hogedrukpistool openen.

      3. Schakel de pomp in met de apparaatschakelaar en laat deze 5-10 seconden draaien.

      4. De hogedrukpistool sluiten.

      5. De apparaatschakelaar op ‘0’ zetten.

      6. Trek de netstekker met droge handen uit het stopcontact.

      7. Verwijder de wateraansluiting.

      8. Het hogedrukpistool bedienen tot het apparaat drukloos is.

      9. Beveilig het hogedrukpistool. Duw hiervoor de veiligheidsgrendel naar voren.

      Apparaat opbergen

      Instructie

      Knik de hogedrukslang en de elektrische leiding niet.

      1. Het hogedrukpistool met straalbuis in de houder op het frame eggen.

      2. Rol de hogedrukslang en de elektrische kabel op en hang ze aan de houders.

      Vorstbescherming

      LET OP

      Gevaar door vorst

      Vernietiging van het apparaat door bevriezend water.

      Bewaar het apparaat dat niet volledig is afgetapt op een vorstvrije plaats.

      Bij apparaten die op een schoorsteen zijn aangesloten, moet de binnendringende, koude lucht in acht worden genomen.

      LET OP

      Koude lucht komt binnen via de schoorsteen

      Beschadigingsgevaar

      Koppel het apparaat los van de haard, als de buitentemperatuur lager is dan 0 °C.

      1. Schakel het apparaat uit, als een vorstvrije opslag niet mogelijk is.

      Buitengebruikstelling

      Voor langere pauzes van bedrijf of als vorstvrij opbergen niet mogelijk is:

      1. Het water aflaten.

      2. Het apparaat met antivries spoelen.

      Water aftappen

      1. Schroef de watertoevoerslang en de hogedrukslang los.

      2. Schroef de toevoerleiding aan de ketelonderzijde los en tap de verwarmingsslang af.

      3. Het apparaat maximaal 1 minuut laten lopen, tot de pomp en de leidingen leeg zijn.

      Het apparaat door met antivries doorspoelen

      Instructie

      De instructies van de fabrikant van het vorstbeschermingsmiddel in acht nemen.

      1. Giet een in de handel verkrijgbaar antivriesmiddel in de vlotterbak.

      2. Schakel het apparaat (zonder brander) in tot het volledig is doorgespoeld.

      Dit biedt ook een zekere mate van bescherming tegen corrosie.

      Vervoer

      LET OP

      Ondeskundig transport

      Beschadigingsgevaar

      Bescherm de trekker van het hogedrukpistool tegen beschadiging.

      VOORZICHTIG

      Niet in acht nemen van het gewicht

      Gevaar voor letsel en beschadiging

      Houd bij het vervoer rekening met het gewicht van het apparaat.

      1. Een spanband tussen het wiel en het frame over de bodemplaat leiden om het apparaat vast te zetten. De afbeelding volgen.


      2. Bij vervoer in voertuigen het apparaat conform de richtlijnen beveiligen tegen wegglijden en omvallen.

      Kraantransport

      GEVAAR

      Ondeskundig kraantransport

      Verwondingsgevaar door vallend apparaat of vallende voorwerpen

      Neem de plaatselijke voorschriften inzake ongevallenpreventie, de wetgeving en de veiligheidsvoorschriften in acht.

      Het apparaat mag alleen door personen met de kraan worden vervoerd die over de bediening van de kraan zijn geïnstrueerd.

      Controleer de takel voor elk kraantransport op beschadiging.

      Vóór elk kraantransport de beugel voor kraantransport controleren op beschadiging.

      Het apparaat alleen optillen in het midden van de beugel voor kraantransport.

      Gebruik geen aanslagkettingen.

      Beveilig de hijsinrichting, zodat de last niet per ongeluk los kan raken.

      Verwijder vóór het kraantransport de straalbuis met het hogedrukpistool en andere losse voorwerpen.

      Vervoer tijdens het hijsen geen voorwerpen op het apparaat.

      Ga niet onder de last staan.

      Let erop dat zich in de gevarenzone van de kraan geen personen bevinden.

      Laat het apparaat niet zonder toezicht aan de kraan hangen.

      1. De hefinrichting aan de beugel voor kraantransport van het apparaat bevestigen.


      Opslag

      VOORZICHTIG

      Niet in acht nemen van het gewicht

      Gevaar voor letsel en beschadiging

      Houd bij de opslag rekening met het gewicht van het apparaat.

      Verzorging en onderhoud

      GEVAAR

      Per ongeluk opstartend apparaat, contact van stroomvoerende delen

      Verwondingsgevaar, elektrische schok

      Schakel vóór werkzaamheden aan het apparaat het apparaat uit.

      Trek de netstekker eruit.

      1. De watertoevoer sluiten.

      2. De hogedrukpistool openen.

      3. Schakel de pomp in met de apparaatschakelaar en laat deze 5-10 seconden draaien.

      4. De hogedrukpistool sluiten.

      5. De apparaatschakelaar op ‘0’ zetten.

      6. Trek de netstekker met droge handen uit het stopcontact.

      7. Verwijder de wateraansluiting.

      8. Het hogedrukpistool bedienen tot het apparaat drukloos is.

      9. Beveilig het hogedrukpistool. Duw hiervoor de veiligheidsgrendel naar voren.

      10. Het apparaat laten afkoelen.

      Veiligheidsinspectie/onderhoudscontract

      Met uw dealer kunt u een regelmatige veiligheidsinspectie vastleggen of een onderhoudscontract afsluiten. Vraag hierover advies.

      Onderhoudsintervallen

      Wekelijks

      LET OP

      Melkachtige olie

      Schade aan het apparaat

      Als de olie melkachtig is, neem dan onmiddellijk contact op met de geautoriseerde klantenservice.

      1. Het fijnfilter reinigen.

      2. De brandstofzeef reinigen.

      3. Het brandstoffilter reinigen.

      4. Het oliepeil controleren.

      5. Het vulniveau van het systeemonderhoudsreservoir controleren. Het systeemonderhoud bijvullen indien nodig.

      Om de 500 bedrijfsuren, minstens jaarlijks

      1. De olie verversen.

      2. Het apparaat laten ontkalken door de klantenservice.

      3. Onderhoud aan het apparaat door de klantenservice laten uitvoeren.

      Onderhoudswerkzaamheden

      Fijnfilter reinigen

      1. Het apparaat drukloos maken.

      2. Schroef het fijnfilter van de pompkop los.

      3. Demonteer het fijnfilter en verwijder het filterelement.

      4. Het filter met schoon water of met perslucht reinigen.

      5. In omgekeerde volgorde monteren.

      Brandstofzeef reinigen

      1. De brandstofzeef schoonkloppen. Voorkom hierbij dat brandstof in het milieu terechtkomt.

      Brandstoffilter reinigen

      1. De 3 bevestigingsschroeven van de kap lossen en de kap verwijderen.

      2. Het brandstoffilter demonteren.

      3. Het brandstoffilter reinigen.

      4. Het brandstoffilter weer monteren.

      Brandstoftank reinigen

      1. De 3 bevestigingsschroeven van de kap lossen en de kap verwijderen.

      2. Het brandstoffilter eruit trekken en in een geschikte bak op zijn zijde leggen, omdat er diesel uit de leidingen kan lopen.

      3. De leegmeldingsensor eruit trekken en hem in een geschikte bak leggen.

      4. De 2 bevestigingsschroeven tussen de brandstoftank en de elektrokast lossen.


      5. De elektrokast optillen en de brandstoftank in de richting van de vulopening naar buiten trekken. De elektrokast op de motor neerzetten.

      6. De brandstoftank uitspoelen.

      7. De brandstoftank opnieuw installeren.

      8. Alles in omgekeerde volgorde weer monteren.

      Olie verversen

      Oliesoort en vulhoeveelheid, zie technische gegevens.

      1. De 3 bevestigingsschroeven van de kap lossen en de kap verwijderen.

      2. De 2 bevestigingsschroeven tussen de brandstoftank en de elektrokast lossen.


      3. De elektrokast optillen en de brandstoftank in de richting van de branderventilator schuiven. De elektrokast op de motor neerzetten.

      4. Een geschikte opvangbak voor ongeveer 0,5 liter olie onder de pomp zetten.

      5. De olieaftapplug lossen.

      6. De olie in de opvangbak aflaten. Om de olie sneller en vollediger te laten weglopen, de olievulplug helemaal losdraaien.

        Instructie

        De oude olie op milieuvriendelijke wijze afvoeren of bij een geautoriseerde verzamelplaats afgeven.

      7. De olieaftapplug weer vastdraaien, koppel 20...25 Nm.

      8. Nieuwe olie langzaam bijvullen tot het midden van de oliepeilindicatie. Luchtbellen moeten kunnen ontsnappen.

      9. De olievulplug erin schroeven.

      10. De brandstoftank weer terugschuiven.

      11. Alles in omgekeerde volgorde weer monteren.

      Hulp bij storingen

      GEVAAR

      Per ongeluk opstartend apparaat, contact van stroomvoerende delen

      Verwondingsgevaar, elektrische schok

      Schakel vóór werkzaamheden aan het apparaat het apparaat uit.

      Trek de netstekker eruit.

      • Apparaat werkt niet 

      • Controlelampje brandstof brandtAlleen van toepassing als het apparaat in werking is met heet water. 

      • Apparaat bouwt geen druk op 

      • Apparaat lekt, er druppelt water uit de onderkant van het apparaat 

      • Het apparaat schakelt continu aan en uit terwijl het hogedrukpistool gesloten is 

      • Brander geen ontstekingAlleen van toepassing bij werking met heet water. 

      • Brander schakelt niet uit ondanks watertekort 

      • Ingestelde temperatuur wordt niet bereikt bij gebruik met heet water 

      Apparaat werkt niet

      Oorzaak:

      Geen netspanning

      Oplossing:

      1. De spanningaansluiting en de toevoerleiding controleren.

      Oorzaak:

      Fout in de spanningsvoorziening of stroomverbruik van de motor te hoog

      Oplossing:

      1. De spanningaansluiting en de netbeveiligingen controleren.

      2. De klantenservice op de hoogte brengen.

      Oorzaak:

      Motor overbelast/oververhit of uitlaatgastemperatuurregelaar geactiveerd

      Oplossing:

      1. De apparaatschakelaar op ‘0’ zetten.

      2. Het apparaat laten afkoelen.

      3. Het apparaat inschakelen.

      Oorzaak:

      Storing treedt herhaaldelijk op

      Oplossing:

      1. De klantenservice op de hoogte brengen.

      Controlelampje brandstof brandt

      Instructie

      Alleen van toepassing als het apparaat in werking is met heet water.

      Oorzaak:

      Brandstoftank is leeg

      Oplossing:

      1. Brandstof bijvullen.

      Apparaat bouwt geen druk op

      Oorzaak:

      Lucht in het systeem

      Oplossing:

      1. Pomp ontluchten:

        1. De sproeier van de straalbuis schroeven.

        2. Het apparaat laten lopen tot het water er zonder bellen uitstroomt.

        3. Bij ontluchtingsproblemen het apparaat 10 seconden laten lopen, dan uitschakelen. Het proces meermaals herhalen.

        4. De druk-/debietregeling van de pompeenheid met het hogedrukpistool open- en dichtdraaien.

        5. Het apparaat uitschakelen.

        6. De sproeier er opnieuw opdraaien.

      2. Controleer de aansluitingen en leidingen.

      Oorzaak:

      Fijnfilter vuil

      Oplossing:

      1. Reinig het fijnfilter, vervang het indien nodig.

      Oorzaak:

      Watertoevoerhoeveelheid te gering

      Oplossing:

      1. De watertoevoerhoeveelheid controleren (zie Technische gegevens).

      Apparaat lekt, er druppelt water uit de onderkant van het apparaat

      Oorzaak:

      Pomp ondicht

      Oplossing:

      1. Als er een aanzienlijk lek is, laat het apparaat dan nakijken door de klantenservice.

        Instructie

        Toegestaan zijn 3 druppels/minuut.

      Het apparaat schakelt continu aan en uit terwijl het hogedrukpistool gesloten is

      Oorzaak:

      Lek in het hogedruksysteem

      Oplossing:

      1. Controleer het hogedruksysteem en de aansluitingen op lekkage.

      Brander geen ontsteking

      Instructie

      Alleen van toepassing bij werking met heet water.

      Oorzaak:

      Watertekort

      Oplossing:

      1. Controleer de wateraansluiting en de toevoerleidingen.

      Oorzaak:

      Brandstoffilter vuil

      Oplossing:

      1. De brandstoffilter reinigen/vervangen.

      Oorzaak:

      Geen ontstekingsvonk

      Oplossing:

      1. Als tijdens bedrijf geen ontstekingsvonk zichtbaar is door het kijkglas van de brander, laat het apparaat dan nakijken door de geautoriseerde klantenservice.

      Brander schakelt niet uit ondanks watertekort

      Oorzaak:

      Lek in het hogedruksysteem

      Oplossing:

      1. Controleer het hogedruksysteem en de aansluitingen op lekken.

      Oorzaak:

      Reed-schakelaar in de watertekortbeveiliging vastgelopen of magneetzuiger geblokkeerd

      Oplossing:

      1. De klantenservice op de hoogte brengen.

      Ingestelde temperatuur wordt niet bereikt bij gebruik met heet water

      Oorzaak:

      Werkdruk/opvoerhoeveelheid te hoog

      Oplossing:

      1. Verlaag de werkdruk/opvoerhoeveelheid met de druk/volumeregeling van de pompeenheid.

      Oorzaak:

      Verwamringsslang met roet

      Oplossing:

      1. Laat het roet door de klantenservice van het apparaat verwijderen.

      Klantenservice

      Als de storing niet kan worden verholpen, moet het apparaat door de klantenservice worden gecontroleerd.

      • Apparaat werkt niet 

      • Controlelampje brandstof brandtAlleen van toepassing als het apparaat in werking is met heet water. 

      • Apparaat bouwt geen druk op 

      • Apparaat lekt, er druppelt water uit de onderkant van het apparaat 

      • Het apparaat schakelt continu aan en uit terwijl het hogedrukpistool gesloten is 

      • Brander geen ontstekingAlleen van toepassing bij werking met heet water. 

      • Brander schakelt niet uit ondanks watertekort 

      • Ingestelde temperatuur wordt niet bereikt bij gebruik met heet water 

      Apparaat werkt niet

      Oorzaak:

      Geen netspanning

      Oplossing:

      1. De spanningaansluiting en de toevoerleiding controleren.

      Oorzaak:

      Fout in de spanningsvoorziening of stroomverbruik van de motor te hoog

      Oplossing:

      1. De spanningaansluiting en de netbeveiligingen controleren.

      2. De klantenservice op de hoogte brengen.

      Oorzaak:

      Motor overbelast/oververhit of uitlaatgastemperatuurregelaar geactiveerd

      Oplossing:

      1. De apparaatschakelaar op ‘0’ zetten.

      2. Het apparaat laten afkoelen.

      3. Het apparaat inschakelen.

      Oorzaak:

      Storing treedt herhaaldelijk op

      Oplossing:

      1. De klantenservice op de hoogte brengen.

      Controlelampje brandstof brandt

      Instructie

      Alleen van toepassing als het apparaat in werking is met heet water.

      Oorzaak:

      Brandstoftank is leeg

      Oplossing:

      1. Brandstof bijvullen.

      Apparaat bouwt geen druk op

      Oorzaak:

      Lucht in het systeem

      Oplossing:

      1. Pomp ontluchten:

        1. De sproeier van de straalbuis schroeven.

        2. Het apparaat laten lopen tot het water er zonder bellen uitstroomt.

        3. Bij ontluchtingsproblemen het apparaat 10 seconden laten lopen, dan uitschakelen. Het proces meermaals herhalen.

        4. De druk-/debietregeling van de pompeenheid met het hogedrukpistool open- en dichtdraaien.

        5. Het apparaat uitschakelen.

        6. De sproeier er opnieuw opdraaien.

      2. Controleer de aansluitingen en leidingen.

      Oorzaak:

      Fijnfilter vuil

      Oplossing:

      1. Reinig het fijnfilter, vervang het indien nodig.

      Oorzaak:

      Watertoevoerhoeveelheid te gering

      Oplossing:

      1. De watertoevoerhoeveelheid controleren (zie Technische gegevens).

      Apparaat lekt, er druppelt water uit de onderkant van het apparaat

      Oorzaak:

      Pomp ondicht

      Oplossing:

      1. Als er een aanzienlijk lek is, laat het apparaat dan nakijken door de klantenservice.

        Instructie

        Toegestaan zijn 3 druppels/minuut.

      Het apparaat schakelt continu aan en uit terwijl het hogedrukpistool gesloten is

      Oorzaak:

      Lek in het hogedruksysteem

      Oplossing:

      1. Controleer het hogedruksysteem en de aansluitingen op lekkage.

      Brander geen ontsteking

      Instructie

      Alleen van toepassing bij werking met heet water.

      Oorzaak:

      Watertekort

      Oplossing:

      1. Controleer de wateraansluiting en de toevoerleidingen.

      Oorzaak:

      Brandstoffilter vuil

      Oplossing:

      1. De brandstoffilter reinigen/vervangen.

      Oorzaak:

      Geen ontstekingsvonk

      Oplossing:

      1. Als tijdens bedrijf geen ontstekingsvonk zichtbaar is door het kijkglas van de brander, laat het apparaat dan nakijken door de geautoriseerde klantenservice.

      Brander schakelt niet uit ondanks watertekort

      Oorzaak:

      Lek in het hogedruksysteem

      Oplossing:

      1. Controleer het hogedruksysteem en de aansluitingen op lekken.

      Oorzaak:

      Reed-schakelaar in de watertekortbeveiliging vastgelopen of magneetzuiger geblokkeerd

      Oplossing:

      1. De klantenservice op de hoogte brengen.

      Ingestelde temperatuur wordt niet bereikt bij gebruik met heet water

      Oorzaak:

      Werkdruk/opvoerhoeveelheid te hoog

      Oplossing:

      1. Verlaag de werkdruk/opvoerhoeveelheid met de druk/volumeregeling van de pompeenheid.

      Oorzaak:

      Verwamringsslang met roet

      Oplossing:

      1. Laat het roet door de klantenservice van het apparaat verwijderen.

      Garantie

      In elk land gelden de garantievoorwaarden die door onze verantwoordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgegeven. Mogelijke storingen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een materiaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aankoopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde geautoriseerde klantenservice.

      Meer informatie vindt u op: www.kaercher.com/dealersearch

      Toebehoren en reserveonderdelen

      Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reserveonderdelen. Deze garanderen een veilige en storingsvrije werking van het apparaat.

      Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com.

      Aanbouwsets

      Aanduiding
      Bestelnummer
      Aanbouwset voor slangtrommel
      2.639-353.0

      EU-conformiteitsverklaring

      Hiermee verklaren wij dat de hierna vermelde machine op basis van het ontwerp en type en in de door ons op de markt gebrachte uitvoering voldoet aan de relevante veiligheids- en gezondheidsvereisten van de EU-richtlijnen. Bij een niet door ons goedgekeurde wijziging van de machine verliest deze verklaring zijn geldigheid.

      Product: Hogedrukreiniger

      Type: 1.030-xxx

      Relevante EU-richtlijnen

      2000/14/EG

      2006/42/EG (+2009/127/EG)

      2009/125/EG

      2011/65/EU

      2014/30/EU

      Toegepaste geharmoniseerde normen

      EN IEC 63000: 2018

      EN 55014-1: 2017 + A11: 2020

      EN 55014-2: 1997 + A1: 2001 + A2: 2008

      EN 60335-1

      EN 60335-2-79

      EN 61000-3-2: 2014

      EN 61000-3-3: 2013

      EN 62233: 2008

      Toegepaste bepaling(en)

      (EU) 2019/1781

      Toegepaste conformiteitswaarderingsprocedure

      2000/14/EG: Bijlage V

      Geluidsvermogensniveau dB(A)

      HDS Classic

      Gemeten: 94

      Gegarandeerd: 97

      Toegepaste nationale normen

      -

      De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.


      Gevolmachtigde voor de documentatie:

      S. Reiser

      Alfred Kärcher SE & Co. KG

      Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40

      71364 Winnenden (Germany)

      Tel.: +49 7195 14-0

      Fax: +49 7195 14-2212

      Winnenden, 2022/10/01

      Technische gegevens

        

      Elektrische aansluiting
      Netspanning
      400 V
      Fase
      3 ~
      Netfrequentie
      50 Hz
      Beschermingsgraad
      IPX5
      Beschermingsklasse
      I
      Aansluitvermogen
      8 kW
      Netbeveiliging (type C, gL/gG)
      16 A
      Wateraansluiting
      Toevoerdruk (max.)
      1 (10) MPa (bar)
      Toevoertemperatuur (max.)
      30 °C
      Toevoerdebiet (min.)
      1300 (21,7) l/h (l/min)
      Gegevens capaciteit apparaat
      Opbrengst, water
      350-1000 (5,8-16,7) l/h (l/min)
      Werkdruk water met standaard mondstuk
      3-21 (30-210) MPa (bar)
      Overdruk veiligheidsventiel (maximum)
      23,5 (235) MPa (bar)
      Bedrijfstemperatuur warm water (maximum)
      98 °C
      Brandervermogen
      77 kW
      Stookolieverbruik (max.)
      6,4 kg/h
      Reactiekracht van het hogedrukpistool
      57 N
      Sproeiergrootte van de standaardsproeier
      050
      Afmetingen en gewichten
      Typisch bedrijfsgewicht
      161 kg
      Lengte x breedte x hoogte
      1200 x 740 x 900 mm
      Brandstoftank
      30 l
      Hogedrukpomp
      Hoeveelheid olie
      0,65 l
      Type olie
      15W40
      Brander
      Brandstof
      Stookolie EL of diesel
      Berekende waarden conform EN 60335-2-79
      Geluidsdrukniveau LpA
      79 dB(A)
      Onzekerheid KpA
      3 dB(A)
      Geluidsvermogensniveau LWA + onzekerheid KWA
      97 dB(A)
      Hand-arm-vibratiewaarde
      4,65 m/s2
      Onzekerheid K
      1,37 m/s2
      <BackPage>

       

        

       



      </BackPage>