LogoKIRA B 200
  • Algemene instructies
    • Gebruikersgroepen
  • Belangrijke opmerking over de inhoud van deze gebruiksaanwijzing
  • Functie
  • Reglementair gebruik
  • Veiligheidsinstructies
    • Gevarenniveaus
    • Persoonlijke veiligheidsuitrusting
    • Algemene veiligheidsinstructies
    • Gevaar voor elektrische schokken
    • Werking
      • Werking met reinigingsmiddel
      • Batterij
      • Apparaten met roterende borstels
    • Verzorging en onderhoud
    • Toebehoren en reserveonderdelen
    • vervoer
    • Veiligheidsinrichtingen
    • Beveiligingen voor de operator
      • Noodstopknop
      • Veiligheidsschakelaar
      • Afstandssensor
      • Optische sensor
    • Dockingstation
    • Waarschuwingssymbolen
  • Milieubescherming
  • Toebehoren en reserveonderdelen
  • Overzicht apparaat
  • Overzicht bedieningsplaats (in handmatig bedrijf)
  • Accu opladen
  • Gebruiksaanwijzing downloaden
    • Schoon water bijvullen
    • Zonder dockingstation, met vulsysteem
    • Zonder dockingstation, zonder vulsysteem
    • Jerrycan met reinigingsmiddel in doseerapparaat plaatsen
    • Zuigbalk aanbrengen en afnemen
    • Zuigbalk instellen
    • Hoogte instellen
  • Apparaat controleren
  • Apparaat inschakelen
  • Bedieningsinstructies op aanraakscherm weergeven
  • Instellingen
  • Regels voor autonome werking
  • Dock aan de apparaatzijde (interface naar het dockingstation)
  • Gebouweisen en overwegingen voor de locatie van het dockingstation
    • Met apparaat rijden
    • Handmatig bedrijf
    • Handmatig ledigen van het apparaat bij een dockingstation
    • Handmatig ledigen van het apparaat bij een afvoerpunt
    • Handmatig ledigen van het schoonwaterreservoir
  • Hulp bij storingen
    • Storingen zonder weergave op het display
      • Het apparaat is ingeschakeld, het scherm van het apparaat blijft donker of geeft een onjuist beeld weer

      • Het apparaat kan niet worden gestart

    • Het apparaat handmatig verplaatsen
  • Garantie
  • EU-conformiteitsverklaring
  • Technische gegevens
    • KIRA B 200 (BR)
    • KIRA B 200 (BD)

      KIRA B 200

      59803260 (06/25)

      Algemene instructies

      Voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt, dient u deze originele gebruiksaanwijzing en de meegeleverde veiligheidsinstructies door te lezen en deze in acht te nemen.

      Bewaar beide documenten voor later gebruik of volgende eigenaars.

      Gebruikersgroepen

      Deze handleiding is bestemd voor de gebruikersgroepen normale gebruiker en supervisor.

      Aan elke gebruiker kunnen via het aanraakscherm van het apparaat machtigingen voor diverse functies van het apparaat worden verleend of geweigerd.

      Alle beschrijvingen in deze handleiding hebben betrekking op de basisinstellingen die in het apparaat voor de respectieve gebruikersgroep worden voorgesteld.

      Belangrijke opmerking over de inhoud van deze gebruiksaanwijzing

      Deze gebruiksaanwijzing beschrijft de hardwarecomponenten van het apparaat.

      De nadruk ligt hier op problemen met de handmatige bediening, de verzorging en het onderhoud, alsook het oplossen van problemen.

      Instructie

      De softwarefuncties worden beschreven in een aparte gebruiksaanwijzing.

      Deze software-instructies zijn te vinden in de helpsectie van de gebruikersinterface en online op

      www.karcher.com

      Functie

      Deze schuurzuigmachine wordt voor de autonome natte reiniging van effen vloeren gebruikt.

      Het apparaat volgt daarbij eerder aangeleerde reinigingstaken, zonder de tussenkomst van de operator.

      De besturing gebeurt dan door software die gebruik maakt van uitgebreide sensortechnologie om de omgeving waar te nemen en het rijgedrag aan te passen aan de situatie.

      Deze schrob-/zuigmachine kan ook worden gebruikt voor handmatige reiniging.

      Reglementair gebruik

      Dit apparaat is geschikt voor commercieel en industrieel gebruik,bijvoorbeeld in fabrieken, magazijnen en logistieke ruimtes of in grote evenementenruimtes. Gebruik dit apparaat uitsluitend overeenkomstig de gegevens in deze gebruiksaanwijzing.

      • Het apparaat mag alleen voor de reiniging van vochtongevoelige en polijstongevoelige, gladde vloeren worden gebruikt.

      • Dit apparaat is bedoeld voor gebruik binnenshuis.

      • Dit apparaat is alleen geschikt voor gebruik in droge ruimten.

      • Het bedrijfstemperatuurbereik ligt tussen +5 °C en +40 °C.

      • Het apparaat is niet geschikt voor de reiniging van bevroren vloeren (bijv. in koelhuizen).

      • Het apparaat is geschikt voor een maximale waterhoogte van 1 cm. Rijd niet in een zone waar het gevaar bestaat dat de maximale waterhoogte wordt overschreden.

      • Bij het gebruik van oplaadapparaten of batterijen mogen alleen de in de gebruiksaanwijzing toegestane componenten worden gebruikt. Een afwijkende combinatie moet door de verantwoordelijke leverancier van het oplaadapparaat en/of de batterij zijn goedgekeurd.

      • Het apparaat is niet bedoeld voor het reinigen van openbare verkeerswegen.

      • Het apparaat mag niet worden gebruikt op drukgevoelige vloeren. Houd rekening met de toelaatbare oppervlaktebelasting van de vloer. De oppervlaktebelasting door het apparaat is aangegeven in de technische gegevens.

      • Het apparaat is niet geschikt voor gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen.

      • Het apparaat is toegelaten voor werking op oppervlakken met een maximale helling (zie "Technische gegevens").

      Veiligheidsinstructies

      Lees voor het eerste gebruik van het apparaat deze gebruiksaanwijzing en de volledige gebruiksaanwijzing (op het display van het apparaat), neem deze instructies in acht en handel dienovereenkomstig.

      • Gebruik het apparaat uitsluitend wanneer het deksel, alle kleppen, deuren en de beschermdeur gesloten zijn.

      • Voor een onmiddellijke buitenwerkingstelling in noodgevallen, de noodstop-knop indrukken.

      • Gebruik het apparaat alleen op oppervlakken die de maximaal toegestane helling niet overschrijden ("Technische gegevens").

      • Plaats tijdens het dockingproces geen enkel lichaamsdeel tussen het dockingstation en het apparaat.

      Gevarenniveaus

      GEVAAR

      Aanwijzing voor direct dreigend gevaar dat tot zware of dodelijke verwondingen leidt.

      WAARSCHUWING

      Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot zware of dodelijke verwondingen kan leiden.

      VOORZICHTIG

      Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot lichte verwondingen kan leiden.

      LET OP

      Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot materiële schade kan leiden.

      Persoonlijke veiligheidsuitrusting

      VOORZICHTIG

      Draag bij werkzaamheden aan het apparaat geschikte handschoenen.

      Algemene veiligheidsinstructies

      GEVAAR

      Verstikkingsgevaar. Houd verpakkingsfolie buiten het bereik van kinderen.

      WAARSCHUWING

      Gebruik het apparaat alleen volgens de voorschriften. Houd rekening met de plaatselijke omstandigheden en let bij het uitvoeren van werkzaamheden met het apparaat op andere personen en met name kinderen.

      WAARSCHUWING

      Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen met een fysieke, sensorische of verstandelijke beperking of een gebrek aan ervaring en/of kennis.

      WAARSCHUWING

      Alleen personen die in de omgang met het apparaat zijn geïnstrueerd of hebben bewezen dat ze het apparaat correct bedienen en uitdrukkelijk de opdracht hebben dit apparaat te gebruiken, mogen het apparaat gebruiken.

      WAARSCHUWING

      Kinderen mogen het apparaat niet gebruiken.

      WAARSCHUWING

      Houd toezicht op kinderen om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen.

      WAARSCHUWING

      Houd kinderen en onbevoegden uit de buurt van het apparaat.

      VOORZICHTIG

      Veiligheidsinrichtingen zijn er voor uw veiligheid. Verander of omzeil veiligheidsinrichtingen nooit.

      WAARSCHUWING

      Gevaar van letsel door tankdeksel en beschermdeur!

      Risico op letsel aan ledematen en hoofd door onverwacht sluiten van tankdeksel en veiligheidsdeur.

      Houd bij het openen en sluiten van tankdeksels en beschermdeuren uw ledematen en hoofd uit de gevarenzone.

      Gevaar voor elektrische schokken

      GEVAAR

      De aangegeven spanning op het typeplaatje moet overeenkomen met de spanning van de stroombron.

      GEVAAR

      Raak stekkers en stopcontacten nooit met vochtige handen aan.

      GEVAAR

      Sluit apparaten van beschermingsklasse I alleen op correct geaarde stroombronnen aan.

      GEVAAR

      Om veiligheidsredenen raden wij aan het apparaat alleen met een aardlekschakelaar (maximaal 30 mA) te gebruiken.

      WAARSCHUWING

      Schakel het apparaat onmiddellijk uit in geval van lekkage.

      WAARSCHUWING

      Schakel het apparaat bij schuimvorming of bij het uitlopen van vloeistof onmiddellijk uit en trek de netstekker van het dockingstation of van het oplaadapparaat uit.

      WAARSCHUWING

      Controleer voor elk gebruik van het apparaat of de stroomleiding met netstekker niet is beschadigd. Als de stroomleiding is beschadigd, moet deze onmiddellijk door de fabrikant, de geautoriseerde klantenservice of een elektricien worden vervangen om gevaar te vermijden.

      WAARSCHUWING

      Beschadig de stroom- en verlengkabel niet door overrijden, beknellen, scheuren en dergelijke. Bescherm de stroomkabel tegen hitte, olie en scherpe randen.

      WAARSCHUWING

      Gebruik alleen de door de fabrikant voorgeschreven stroomleiding; dit geldt ook voor de vervanging van de leiding. Bestelnummer en type, zie Gebruiksaanwijzing.

      WAARSCHUWING

      Zorg dat de stroomleiding niet in contact komt met draaiende borstels.

      WAARSCHUWING

      Vervang de koppelingen aan de stroom- of verlengkabel alleen door spatwaterbestendige kabels met dezelfde mechanische sterkte.

      Werking

      GEVAAR

      Controleer het apparaat vóór de inbedrijfstelling zoals beschreven in het hoofdstuk “Apparaat controleren”.

      GEVAAR

      Neem de regels voor autonome werking in acht zoals beschreven in het hoofdstuk “Regels voor autonome werking”.

      GEVAAR

      Let bij het gebruik van het apparaat in gevarenzones (bijv. tankstations) op de veiligheidsvoorschriften.

      GEVAAR

      Het apparaat mag niet in explosieve bereiken worden gebruikt.

      GEVAAR

      Nooit explosieve vloeistoffen, brandbare gassen, explosief stof, onverdunde zuren of oplosmiddelen rondspuiten of opzuigen. Hiertoe behoren benzine, verfverdunner of stookolie die explosieve dampen of mengsels kunnen vormen wanneer ze met de zuiglucht worden opgewerveld, evenals aceton, onverdunde zuren en oplosmiddelen, omdat deze de aan het apparaat gebruikte materialen aantasten.

      GEVAAR

      Zuig geen brandbare of gloeiende voorwerpen op.

      WAARSCHUWING

      Gebruik het apparaat niet om mensen of dieren te stofzuigen.

      WAARSCHUWING

      Gebruik het apparaat niet op gladde vloeren.

      WAARSCHUWING

      Overschrijd op hellende vlakken niet de in de gebruiksaanwijzing aangegeven waarde voor de hellingshoek naar de zijkant en in de rijrichting.

      WAARSCHUWING

      Draag nauwsluitende kleding om te voorkomen dat u door draaiende delen wordt gegrepen (geen stropdas, geen lange wijde rok enz.).

      VOORZICHTIG

      De gebruikers moeten voldoende geïnstrueerd zijn over het gebruik van het apparaat.

      VOORZICHTIG

      Controleer het apparaat en toebehoren, met name de stroomkabel en het verlengsnoer, vóór elk gebruik op correcte toestand en bedrijfsveiligheid. Trek bij beschadiging de stekker uit het stopcontact en gebruik het apparaat niet.

      VOORZICHTIG

      Vervoer geen passagiers met het apparaat.

      VOORZICHTIG

      Open de kap niet als de motor draait.

      VOORZICHTIG

      Het apparaat is niet geschikt voor het afzuigen van gezondheidsgevaarlijke stoffen.

      LET OP

      Gebruik het apparaat niet bij temperaturen onder 0 °C.

      LET OP

      Het apparaat is geen stofzuiger. Zuig niet meer vloeistof op dan u hebt gesproeid. Gebruik het apparaat nooit voor het opzuigen van droog vuil.

      LET OP

      Het apparaat is uitsluitend geschikt voor de in de gebruiksaanwijzing aangegeven ondergronden.

      LET OP

      Het apparaat is geschikt voor vochtige tot natte bodems met een waterniveau van maximaal 1 cm. Rijd niet op terreinen waar het water hoger staat dan 1 cm.

      LET OP

      Neem de wettelijke voorschriften in acht bij het afvoeren van het vuile water en het loog.

      LET OP

      Gebruik het apparaat niet buiten.

      Werking met reinigingsmiddel

      VOORZICHTIG

      Bewaar reinigingsmiddelen buiten het bereik van kinderen.

      VOORZICHTIG

      Gebruik de aanbevolen reinigingsmiddelen niet in onverdunde vorm. De producten zijn bedrijfsveilig, omdat zij geen zuren, logen of milieuschadelijke stoffen bevatten. Als de reinigingsmiddelen in contact komen met uw ogen, dient u ze onmiddellijk grondig uit te spoelen met water en contact op te nemen met een dokter. Dit geldt ook voor het inslikken van reinigingsmiddelen.

      VOORZICHTIG

      Gebruik alleen de door de fabrikant aanbevolen reinigingsmiddelen en neem de toepassings-, verwijderings- en waarschuwingsinstructies van de reinigingsmiddelfabrikant in acht.

      Batterij

      In dit apparaat zijn Lithium-ion-batterijen ingebouwd. Deze zijn onderworpen aan speciale criteria. Het verwijderen en installeren, evenals het testen van defecte batterijen mag alleen worden uitgevoerd door de klantenservice van Kärcher of door een expert.

      Opslag- en transportinstructies ontvangt u van uw Kärcher-klantenservice.

      GEVAAR

      Aanpassingen en veranderingen aan het apparaat zijn niet toegestaan.

      U mag de batterij niet openen, er bestaat gevaar voor kortsluiting. Bovendien kunnen irriterende dampen of bijtende vloeistoffen ontsnappen.

      Stel de batterij niet bloot aan fel zonlicht, hitte en vuur. Er is ontploffingsgevaar.

      Gebruik het oplaadapparaat niet in een explosieve omgeving.

      Gebruik het oplaadapparaat niet in verontreinigde of natte toestand.

      Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het laadproces.

      Explosiegevaar. In de buurt van een batterij of in een batterijlaadruimte mag u niet met een open vlam werken, mag u geen vonken maken of roken.

      Explosiegevaar. Leg geen gereedschappen en dergelijke op de batterij, d.w.z. op de eindpolen en celverbinders.

      WAARSCHUWING

      Controleer vóór elk gebruik het apparaat en het netsnoer op beschadigingen. Gebruik beschadigde apparaten niet meer en laat beschadigde onderdelen alleen door gekwalificeerd personeel repareren.

      Houd kinderen uit de buurt van batterijen en oplaadapparaat.

      Laad geen beschadigde batterijen op. Laat beschadigde batterijen vervangen door de Kärcher-klantenservice.

      Gooi een defecte batterij niet bij het huisvuil. Informeer de Kärcher-klantenservice.

      Vermijd contact met vloeistof die uit defecte accu's komt. Bij toevallig contact de vloeistof met water afspoelen. In geval van contact met de ogen ook een arts raadplegen.

      VOORZICHTIG

      Neem deze gebruiksaanwijzing altijd in acht. Neem de aanbevelingen van de wetgever m.b.t. de omgang met batterijen in acht.

      De netspanning moet overeenkomen met de spanning die op het typeplaatje van het apparaat is aangegeven.

      Gebruik de batterij alleen met dit apparaat. Het is verboden en gevaarlijk om ze voor andere doeleinden te gebruiken.

      Apparaten met roterende borstels

      VOORZICHTIG

      Ongeschikte borstels brengen uw veiligheid in gevaar. Gebruik alleen de borstels die bij het apparaat zijn geleverd of de borstels die in de gebruiksaanwijzing worden aanbevolen.

      Verzorging en onderhoud

      WAARSCHUWING

      Vóór reiniging, onderhoud, het vervangen van onderdelen en het overschakelen op een andere functie, moet u het apparaat uitschakelen. Trek bij apparaten die op het elektriciteitsnet zijn aangesloten de netstekker uit het stopcontact. Trek bij apparaten op batterijwerking de batterijstekker eruit of klem de batterij af.

      VOORZICHTIG

      Laat reparatiewerkzaamheden, de inbouw van reserveonderdelen en werkzaamheden aan elektrische onderdelen alleen door de geautoriseerde klantenservice uitvoeren.

      VOORZICHTIG

      Laat reparaties alleen uitvoeren door erkende klantenservices of experts voor dit gebied die bekend zijn met alle relevante veiligheidsvoorschriften.

      VOORZICHTIG

      Bij natte toepassingen moet de waterpeilbegrenzingsinrichting in het vuilwaterreservoir regelmatig worden gereinigd en gecontroleerd op beschadigingen.

      LET OP

      Houd u volgens de plaatselijk geldende voorschriften aan de veiligheidscontrole voor verplaatsbare, commercieel gebruikte apparaten.

      LET OP

      Kortsluitingen of andere schade. Reinig het apparaat niet met een slang of een hogedrukstraal.

      Toebehoren en reserveonderdelen

      VOORZICHTIG

      Gebruik alleen toebehoren en reserveonderdelen die worden aanbevolen door de fabrikant. Origineel toebehoren en originele reserveonderdelen garanderen een veilige en storingsvrije werking van het apparaat.

      vervoer

      VOORZICHTIG

      Zet de motor vóór het transport af. Houd bij de bevestiging van het apparaat rekening met het gewicht, zie hoofdstuk Technische gegevens in de gebruiksaanwijzing.

      Veiligheidsinrichtingen

      VOORZICHTIG

      Ontbrekende of gewijzigde veiligheidsinrichtingen

      Veiligheidsinrichtingen zijn er voor uw veiligheid.

      Verander of omzeil veiligheidsinrichtingen nooit.

      Instructie

      De beveiligingsfuncties van het apparaat worden niet beïnvloed wanneer er geen netwerkverbinding is.

      Beveiligingen voor de operator

      Het apparaat is uitgerust met een beschermdeur en noodstopknoppen.

      Een operator mag NIET op het apparaat staan tijdens autonome werking! Een uitzondering daarop vormt het automatisch koppelen in handmatige modus.

      WAARSCHUWING

      Gevaar voor letsel door rijdend apparaat

      Tijdens handmatige bediening bestaat het risico dat de gebruiker gewond raakt door bewegende delen van het apparaat of door omringende voorwerpen.

      Houd geen lichaamsdelen uit het apparaat terwijl het beweegt.

      Het apparaat mag alleen worden gebruikt, als het deksel, de deur van het apparaat en alle kleppen gesloten zijn. De beschermdeur moet gesloten zijn tijdens autonome werking.

      Noodstopknop

      Als de noodstopknop wordt ingedrukt, worden alle functies van het apparaat onmiddellijk gestopt.

      LET OP

      Gevaar van letsels door elektrische stroom

      De noodstopknop schakelt het apparaat niet uit en verbreekt de elektrische verbindingen niet.

       

      Veiligheidsschakelaar

      Als de beschermdeur wordt geopend tijdens autonome werking, dan stopt het apparaat.

      In de autonome werking activeert het indrukken van de pauzefunctie (pauzeknop op de achterkant van het apparaat of op het display) een werkingspauze van 10 seconden.

      Afstandssensor

      De afstandssensoren detecteren obstakels en zorgen ervoor dat het apparaat om de obstakels heen gaat. De afstandssensoren voldoen aan laserbeschermingsklasse 1 volgens IEC 60825-1:2014.

      Optische sensor

      De optische sensoren detecteren obstakels en zorgen ervoor dat het apparaat om de obstakels heen gaat. De optische sensoren voldoen aan laserbeschermingsklasse 1 volgens IEC 60825-1:2014.

      Dockingstation

      Het dockingstation is geschikt voor commercieel en industrieel gebruik,bijvoorbeeld in fabrieken, magazijnen en logistieke ruimtes of in grote evenementenruimtes.

      WAARSCHUWING

      De gebruikers moeten voldoende geïnstrueerd zijn over het gebruik van het dockingstation.

      Gebruik het dockingstation alleen in droge ruimtes.

      Haal de netstekker van het dockingstation uit het stopcontact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.

      Voorkom dat het netsnoer van het dockingstation in contact komt met de roterende borstels van de vloerreiniger.

      VOORZICHTIG

      Gebruik het dockingstation alleen binnenshuis

      Bewaar het dockingstation alleen binnenshuis.

      Waarschuwingssymbolen

      Neem de volgende waarschuwingen in acht bij het omgaan met batterijen:

      Let op de aanwijzingen in de instructies voor de batterij, op de batterij en in deze gebruiksaanwijzing.
      Draag oogbescherming.
      Houd kinderen uit de buurt van zuur en batterijen.
      Explosiegevaar
      Vuur, vonken, open vuur en roken zijn verboden.
      Risico op brandwonden door zuur!
      Eerste hulp
      Waarschuwing
      Afvoer
      Gooi batterijen niet in de vuilnisbak.

      Milieubescherming

      De verpakkingsmaterialen zijn herbruikbaar. Verwijder verpakkingen op een milieuvriendelijke manier.

      Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak bestanddelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij onjuiste omgang of verkeerde afvalverwijdering een potentieel gevaar voor de gezondheid van de mens en voor het milieu kunnen vormen. Voor een correcte werking van het apparaat zijn deze bestanddelen echter noodzakelijk. Voer apparaten met dit symbool niet samen met het huisvuil af.

      Kärcher reinigingsmiddelen zijn afscheidervriendelijk (ASF). Dit betekent dat de werking van een olieafscheider niet wordt gehinderd. Een lijst met aanbevolen reingingsmiddelen vindt u in hoofdstuk (→).

      Instructies betreffende inhoudsstoffen (REACH)

      Actuele informatie over stoffen vindt u op: www.kaercher.de/REACH

      Toebehoren en reserveonderdelen

      Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reserveonderdelen. Deze garanderen een veilige en storingsvrije werking van het apparaat.

      Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com.

      Overzicht apparaat


      1. Servicebay
      2. Knop voor rijrichting en claxon
      3. Scherm (aanraakscherm)
      4. Noodstopknop vooraan
      5. Stuurwiel
      6. Rijpedaal
      7. Beschermdeur
      8. Bestuurdersstoel
      9. LiDAR
      10. Lichtelement (verlichting)
      11. Camera's
      12. Dock (aansluiting op het dockingstation)
      13. Zijbezem (alleen variant BR)
      14. Zijdeur van het apparaat (zie gedetailleerde beschrijving)
      15. Reinigingskop (BR / BD, afhankelijk van variant)
      16. Zuigbalk
      17. Beschermafdekking (deuren) zuigbalk
      18. Vulopening schoon water en vulsysteem
      19. Noodstopknop achteraan
      20. Zwaailicht
      21. Aftapopening schoonwaterreservoir
      22. Zuigslang (aangesloten op zuigbalk)
      23. Recovery-lip voor achteruitrijden

      Overzicht bedieningsplaats (in handmatig bedrijf)


      1. Noodstopknop vooraan
      2. Touchscreen
      3. Schakelgroep (zie volgende beschrijving)
      4. Bestuurdersstoel
      5. Beschermdeur
      6. Rijpedaal
      7. Stuurwiel
      8. Stoelverstelling

      Schakelgroep


      1. Aan/uit-schakelaar
      2. Claxon
      3. Rijrichtingschakelaar (vooruit / achteruit)

      Accu opladen

      Bij gebruik met een dockingstation wordt de batterij automatisch opgeladen.

      Zonder dockingstation:

      1. De zijdeur van het apparaat openen.


        1. Netbus
        2. Oplaadkabel (in de zijdeur van het apparaat)
        1. Neem de oplaadkabel uit het opbergvak.

        2. Haal de stekker van de interne kabel uit de netbus.

        3. Steek de oplaadkabel in de netbus.

      2. Steek de netstekker van de laadkabel in een stopcontact.

        Het laadproces begint automatisch.

        De ladingstoestand wordt weergegeven op het aanraakscherm.

        Het apparaat kan tijdens laden niet worden gebruikt.

        Als de accu helemaal leeg is, duurt het opladen ongeveer 5 uur.

      3. Trek na het opladen de stekker uit het stopcontact.

      4. Sluit de interne kabel weer aan.

      5. Berg het netsnoer op in het apparaatvak of haal het netsnoer eruit.

      Gebruiksaanwijzing downloaden

      Na de inbedrijfstelling kan de gebruiksaanwijzing van het apparaat op het aanraakscherm worden weergegeven. Als de gebruiksaanwijzing ook op een smartphone wordt gedownload, kunnen de bedieningsstappen parallel aan de bediening worden gelezen.

      1. Scan de volgende code op de smartphone en volg de instructies om de gebruiksaanwijzing te downloaden.


      Schoon water bijvullen

      Bij gebruik met een dockingstation wordt het schoonwaterreservoir automatisch gevuld.

      Zonder dockingstation kan het schoonwaterreservoir op twee manieren worden gevuld:

      Zonder dockingstation, met vulsysteem

      1. Sluit de waterslang aan op het aansluitstuk van het vulsysteem (maximale watertemperatuur 50 °C).

      2. De watertoevoer openen.

      3. Het apparaat bewaken, het automatische vulsysteem onderbreekt de watertoevoer als het schoonwaterreservoir vol is.

      4. De watertoevoer sluiten.

      5. De waterslang verwijderen.

      Zonder dockingstation, zonder vulsysteem

      1. De watertoevoerslang in de vulopening naast het vulsysteem steken. Let op een maximale watertemperatuur van 50 °C!

      2. De watertoevoer openen.

      3. Let op het vulniveau en sluit de watertoevoer af als de tank vol is.

      Jerrycan met reinigingsmiddel in doseerapparaat plaatsen

      Aan het schoon water wordt in het traject naar de reinigingskop reinigingsmiddel toegevoegd door een doseerinrichting.

      Instructie

      Als het schoonwaterreservoir of de jerrycan voor reinigingsmiddel leeg is, dan wordt de dosering van het reinigingsmiddel uitgeschakeld.

      1. Zijdeur van het apparaat openen.

      2. Het deksel van de jerrycan met reinigingsmiddel verwijderen.

      3. De zuiglans van het doseerapparaat in de opening van de jerrycan steken.

      4. De jerrycan met reinigingsmiddel in de houder plaatsen.

      5. De zijdeur van het apparaat sluiten.

      Zuigbalk aanbrengen en afnemen

      Instructie

      De zuigbalk moet vóór de eerste inbedrijfstelling worden aangebracht.

      De zuigbalk kan door de operator worden vervangen. Voor montage/demontage de volgende stappen uitvoeren:

      Zuigbalk afnemen

      1. De zuigbalk in de verwijderingspositie brengen met behulp van de servicefuncties op het display.

      2. De vergrendelingshendel van de snelsluitingen openen.

      3. De zuigbalk van het apparaat afnemen (daartoe kunt u het beste aan de handgrepen aan één kant trekken).

      4. Zuigbalk aanbrengen

      5. De zuigbalk in de installatiepositie brengen via de servicefuncties op het display (voor gemakkelijkere installatie, iets lager neerlaten dan bij de demontage van de zuigbalk).

      6. Vergrendelingshendels van de snelsluitingen openen


      7. De zuigbalk gans in de zuigbalkophanging schuiven.

      8. De vergrendelingshendels van de snelsluitingen sluiten.

      9. De zuigbalk weer omhoog brengen met behulp van de servicefunctie.

      Zuigbalk instellen

      Instructie

      De hoogte van de zuigbalk is al vooraf ingesteld in de fabriek. Mogelijk moet de hoogte worden aangepast. Volg hiertoe de onderstaande instructies.

      Hoogte instellen

      Met de hoogteverstelling wordt de buiging van de zuiglippen bij contact met de vloer beïnvloed.

      Instructie

      Basisinstelling: 3 onderlegringen boven, 3 onderlegringen onder de zuigbalk.

      Oneffen vloer: 5 onderlegringen boven, 1 onderlegring onder de zuigbalk.

      Zeer gladde vloer: 1 onderlegring boven, 5 onderlegringen onder de zuigbalk.

      1. De moer losschroeven.


        1. Moer
        2. Onderlegring
        3. Afstandsrol met houder
      2. Het gewenste aantal onderlegringen tussen zuigbalk en afstandsrol plaatsen.

      3. De resterende onderlegringen boven de afstandsrol aanbrengen.

      4. De moer erop schroeven en vastdraaien.

      5. Het proces bij de tweede afstandsrol herhalen.

        Instructie

        Beide afstandsrollen op dezelfde hoogte instellen.

      Apparaat controleren

      WAARSCHUWING

      Gevaar voor ongevallen

      Een beschadigd of defect apparaat kan leiden tot ongelukken tijdens het gebruik.

      Controleer het apparaat vóór het gebruik en meld eventuele beschadigingen of functiestoringen aan de verantwoordelijke persoon.Gebruik het apparaat niet als het beschadigd is of functiestoringen vertoont.
      1. Het apparaat op dichtheid controleren.

      2. Noodstopschakelaar op goede werking controleren.

      3. Beschermdeur op goede werking controleren.

        GEVAAR

        Gevaar voor ongevallen door defecte veiligheidsschakelaar van beschermdeur

        Stel het apparaat onmiddellijk buiten gebruik als de veiligheidsschakelaar op de beschermdeur niet betrouwbaar werkt.
      4. Het gaspedaal controleren (stopt de machine betrouwbaar als het gaspedaal wordt losgelaten?).

      5. De sensoren controleren op vervuiling, indien nodig reinigen.

      6. Het apparaat opnieuw starten.

      7. De werking van de sensoren controleren (detecteert het apparaat obstakels?).

      Apparaat inschakelen

      1. De startknop indrukken.

        Het apparaat start op.

      2. Wacht tot het aanmeldscherm op het aanraakscherm wordt weergegeven.

        De uitvoerbare functies worden in het hoofdmenu weergegeven.

      Instructie

      Raadpleeg de afzonderlijke software-instructies voor meer informatie over de bediening en gebruiksinstructies. U kunt deze vinden op de detailpagina van het apparaat en in de software.

      Bedieningsinstructies op aanraakscherm weergeven

      De bij het apparaat gevoegde gebruiksaanwijzing omvat alleen de handelingen voor de inbedrijfstelling en een gids voor het oplossen van problemen in geval van een defect aanraakscherm.

      De volledige gebruiksaanwijzing en verklarende video's kunnen worden opgeroepen en weergegeven op het aanraakscherm nadat het apparaat in gebruik is genomen.

      Instructie

      Volg de instructies in de softwarehandleiding voor het apparaat.

      Instellingen

      Instructie

      Alle instellingen en reinigingsparameters worden beschreven in de afzonderlijke software-instructies. Neem deze in acht wanneer u het apparaat gebruikt.

      1. Druk op de knop Instellingen in het hoofdmenu.

      Het menu Instellingen verschijnt. Belangrijke basisfuncties:

      • Gebruikers aanmaken en beheren

      • Tijd en datum instellen

      • Netwerkverbinding configureren

      • Systeeminformatie (bedrijfsuren, softwareversie, materiaalnummer, serienummer, updates)

      Regels voor autonome werking

      Voor een betrouwbare en veilige uitvoering van de autonome werking moeten de volgende regels in acht worden genomen.

      1. Beperk het reinigingsbereik met barrières op de volgende punten:

        • Randen

        • Trappen

        • Roltrappen, rolpaden

        • Hefplatforms

      2. Plaats geen ladders, steigers of andere tijdelijke obstakels in het reinigingsbereik.

      3. Laat geen elektrische kabels of andere lage obstakels (tot 15 cm hoogte) in het reinigingsbereik achter.

      4. Routes voor autonome werking lopen niet door liften of automatisch opengaande deuren. Gebruik liften en automatische deuren alleen in de handmatige modus.

      5. Houd voldoende afstand tot waterbassins en glasoppervlakken.

      6. Vermijd directe, sterke lichtinval (bijv. laagstaande zon) op de sensoren.

      7. Vermijd het overschrijden van sterke licht-/schaduwgrenzen.

      8. Bij autonome routes mag u rolpoorten niet frontaal naderen, maar parallel aan de poort.

      9. Markeer het reinigingsbereik met waarschuwingsborden en wijs op natte vloeren.

      10. Klim niet op het apparaat wanneer dat in autonome werking is.

      Dock aan de apparaatzijde (interface naar het dockingstation)


      1. Communicatie-interface
      2. Schoonwaterinlaat
      3. Oplaadcontacten
      4. Buffer
      5. Centreerhulp
      6. Vuilwateraftap

      Gebouweisen en overwegingen voor de locatie van het dockingstation

      Het apparaat wordt optioneel geleverd met een dockingstation. Bij het kiezen van een locatie voor het dockingstation moet u rekening houden met de volgende punten:

      • Toegankelijkheid:

        Er moet voldoende ruimte zijn rond het dockingstation (minstens 4 m breed en 5 m in de rijrichting) zodat het apparaat het dockingstation veilig kan naderen.

      • Toegang tot elektriciteit en water:

        De locatie van het dockingstation moet al toegang hebben tot een stopcontact en schoon water en faciliteiten voor afvalwaterafvoer.

        De afvoer moet dicht bij de vloer liggen en een helling hebben van 1° -3°. Anders is er een opvoerinstallatie nodig voor het afvalwater.

      • Niet toegankelijk voor het publiek:

        Het dockingstation moet worden geplaatst op een locatie die niet toegankelijk is voor het publiek, omdat de KIRA B 200 enkele van zijn veiligheidsfuncties moet uitschakelen om de dockingmanoeuvre uit te voeren.

      Instructie

      Het aanleren van het dockingstation vindt plaats in de software van het apparaat. Raadpleeg de aparte software-instructies.

      Met apparaat rijden

      Het apparaat heeft een bestuurderswerkplek.

      1. Beschermdeur
      2. Stuurwiel
      3. Rijrichtingsschakelaar
      4. Bestuurdersstoel
      5. Stoelverstelling
      6. Rijpedaal
      1. De beschermdeur openen.

        Instructie

        De beschermdeur kan open blijven staan tijdens het rijden.

      2. Op de bestuurdersstoel plaatsnemen (stoelcontactschakelaar).

      3. De bestuurdersstoel zo instellen dat alle bedieningselementen binnen handbereik zijn.

      4. Rijrichting selecteren met de rijrichtingskeuzeschakelaar.

      5. Rijpedaal voorzichtig intrappen.

      6. Om te remmen, het rijpedaal loslaten.

      7. Instructie

        De claxonknop bevindt zich naast de rijrichtingschakelaar.

      8. Na het rijden het apparaat parkeren op een veilige plaats en het beschermen tegen toegang door onbevoegden.

      Handmatig bedrijf

      In handmatig bedrijf wordt het apparaat door de gebruiker over het te reinigen oppervlak geleid.

      Instructie

      Selecteer het menu-item "Handmatig reinigen" in de software en volg de instructies.

      De parameters voor het toevoegen van schoon water en reinigingsmiddel en het borsteltoerental, contactdruk en afzuiging worden ingesteld in een submenu.

      1. De beschermdeur openen en plaatsnemen op de bestuurdersstoel.

      2. Met het apparaat naar de plaats van gebruik rijden.

      3. De gewenste instellingen voor waterdebiet, reinigingsmiddelendosering, borstelkracht en zuigcapaciteit kiezen.

      4. De vereiste functies (afzuiging, reinigingskop, zijbezems) activeren.

      5. Met het apparaat over het te reinigen oppervlak rijden.

      Handmatig ledigen van het apparaat bij een dockingstation

      In handmatig bedrijf kan het apparaat worden geledigd via een dockingstation.

      Instructie

      Selecteer het menu-item "Docking" in de software en volg de instructies.

      1. Met het apparaat tot dicht bij het dockingstation rijden.

      2. Docking starten.

      LET OP

      Beschadigingsgevaar door verkeerd benaderen van het dockingstation!

      Door handmatig benaderen van het dockingstation kan het dock en/of het dockingstation beschadigd raken.

      Het dockingsproces mag alleen automatisch worden uitgevoerd via de autonome systemen van het apparaat.

      Handmatig ledigen van het apparaat bij een afvoerpunt

      In handmatig bedrijf kan het apparaat worden geledigd bij een afvoerpunt.

      1. Met het apparaat naar een geschikt afvoerpunt (afvoer in de vloer, in overeenstemming met de geldende voorschriften) rijden.

      2. Eventueel de aftapslang (die zich in de zijdeur van het apparaat bevindt) aansluiten op de aflaatopening van het dock.

      3. Het handmatig ledigen starten met behulp van de servicefunctie op het display.

      Handmatig ledigen van het schoonwaterreservoir

      Indien nodig kan het schoonwaterreservoir handmatig worden geledigd.

      1. Met het apparaat naar een geschikt afvoerpunt (afvoer in de vloer, in overeenstemming met de geldende voorschriften) rijden.

      2. De afsluitdop van het schoonwaterreservoir (aan de achterkant van het apparaat) losschroeven.

      3. Instructie

        Wees voorzichtig bij het openen van het schoonwaterreservoir. Afhankelijk van het vulniveau van de tank kan er verontreiniging optreden door opspattend water.

      4. Na het ledigen van de tank, de dop weer vastdraaien.

      Hulp bij storingen

      GEVAAR

      Per ongeluk opstartend apparaat

      Verwondingsgevaar, elektrische schok

      Schakel het apparaat uit alvorens er werkzaamheden aan uit te voeren.Trek de netstekker uit het stopcontact of koppel het apparaat los van het dockingstation.
      • Het vuilwater en vuilwater aftappen en afvoeren.

      • Bij storingen die met deze tabel niet kunnen worden verholpen de klantenservice raadplegen.

      Storingen zonder weergave op het display

      • Het apparaat is ingeschakeld, het scherm van het apparaat blijft donker of geeft een onjuist beeld weer 

      • Het apparaat kan niet worden gestart 

      Het apparaat is ingeschakeld, het scherm van het apparaat blijft donker of geeft een onjuist beeld weer

      Oplossing:

      1. Het apparaat opnieuw starten.

      2. Contact opnemen met KÄRCHER Service.

      Het apparaat kan niet worden gestart

      Oplossing:

      1. De noodstopknop bovenop het apparaat controleren.

      2. De laadstand van de accu controleren en het apparaat indien nodig opladen.

      Het apparaat handmatig verplaatsen

      Indien nodig kan het apparaat handmatig worden verplaatst. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn als de accu helemaal leeg is en het apparaat het dockingstation niet meer kan benaderen. Als het apparaat niet via een stopcontact kan worden opgeladen, moet het handmatig worden verschoven. Hiervoor moet de rem van het apparaat worden gelost en de noodstuurinrichting worden geactiveerd.

      1. De linker beschermafdekking (deur) van de zuigkop openen.


      2. De remhendel naar voren trekken.

      3. Instructie

        De rem is nu gelost en het apparaat kan handmatig worden verschoven.

        WAARSCHUWING

        Risico op letsel door onverwachte beweging van het apparaat.

        Als de rem is gelost, kan het apparaat ongecontroleerd bewegen en ernstig letsel en materiële schade veroorzaken.

        Zet de rem alleen los op een vlakke ondergrond en let op het gewicht van het apparaat bij het verschuiven. Duw het apparaat niet alleen en let op mensen en voorwerpen in de buurt.

        Instructie

        Na het lossen van de rem moet de noodstuurinrichting worden geactiveerd om het apparaat te besturen. De noodstuurinrichting werkt op een aparte batterij, zelfs als het accupack volledig ontladen is. Die accu bevindt zich in het zijvak van het apparaat en moet altijd aanwezig en opgeladen zijn.

      4. Servicebay openen.


        1. Knop noodstuurinrichting
        2. Knop LINKS/RECHTS
      5. De functie noodstuurinrichting activeren met de knop.

      6. Gebruik de LINKS/RECHTS-toets om het voorwiel te sturen.

        Instructie

        Stop het verschuiven om te sturen. Breng het voorwiel in de gewenste richting en duw dan verder.

      7. Zet na het bereiken van de bestemming de remhendel weer in de oorspronkelijke stand (rem aangetrokken) en schakel de noodstuurinrichting uit.

      Garantie

      In elk land gelden de garantievoorwaarden die door onze verantwoordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgegeven. Mogelijke storingen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een materiaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aankoopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde geautoriseerde klantenservice.

      Meer informatie vindt u onder: www.kaercher.com/dealersearch

      Meer informatie over de garantie (indien beschikbaar) vindt u in het servicegedeelte van uw lokale Kärcher-website onder "Downloads".

      EU-conformiteitsverklaring

      Hierbij verklaren wij dat het hieronder genoemde product voldoet aan de desbetreffende bepalingen van de vermelde richtlijnen en verordeningen. Bij een niet door ons goedgekeurde wijziging van het product verliest deze verklaring zijn geldigheid.

      Product: Autonome vloerreiniger

      Type: 1.533-xxx 

      Richtlijnen en verordeningen

      2006/42/EG (+2009/127/EG)

      2014/53/EU

      2011/65/EU

      Toegepaste geharmoniseerde normen

      EN 60335-1

      EN 60335-2-29

      EN 60335-2-72

      EN IEC 63000: 2018

      EN 62233: 2008

      EN 55012: 2007 + A1: 2009

      EN 61000-6-2: 2005

      EN 61000-6-3: 2007 + A1:2011

      EN 61000-3-2: 2014

      EN 61000-3-3: 2013

      EN 300 328 V2.2.2

      EN 301 893 V2.1.1

      EN 301 908-1 V15.2.1

      EN 301 908-2 V13.1.1

      EN 301 908-13 V13.2.1

      EN 300 440 V2.1.1

      EN 301 489-52 V1.2.1

      EN 62311: 2008

      EN 62368-1: 2014

      EN 301 489-1 V2.2.3

      EN 301 489-3 V2.1.1

      EN 301 489-17 V3.2.4

      EN 301 489-19 V2.1.1

      EN 303 687 V1.1.1

      Bijkomende toegepaste norm

      EN IEC 63327:2021

      EN 60335-2-72:2021

      EN IEC 60335-1:2023+A11:2023

      Naam en adres

      Gevolmachtigde voor de documentatie:

      S. Reiser

      Alfred Kärcher SE & Co. KG

      Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40

      71364 Winnenden (Germany)

      Tel.: +49 7195 14-0

      Fax: +49 7195 14-2212


      Winnenden, 2025/04/01

      De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.

      Alfred Kärcher SE & Co. KG

      Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40

      71364 Winnenden (Germany)

      Tel.: +49 7195 14-0

      Fax: +49 7195 14-2212

      Technische gegevens

      • KIRA B 200 (BR) 

      • KIRA B 200 (BD) 

      KIRA B 200 (BR)

      Algemeen
      Autonome rijsnelheid (max.)
      5,4 km/h
      Handmatige rijsnelheid (max.)
      6,0 km/h
      Theoretische oppervlaktecapaciteit autonoom
      4590 m2/h
      Theoretische oppervlaktecapaciteit handmatig
      5110 m2/h
      Oppervlaktecapaciteit per tankvulling
      7143 m2/h
      Volume schoon-/vuilwaterreservoir
      200 l
      Volume grofvuilreservoir
      9 l
      Volume reinigingsmiddeltank (optie dosering)
      10 l
      Reinigingsmiddeldosering
      0...3 %
      Waterdosering
      0...6 l/min
      Afmetingen
      Lengte
      1944 mm
      Breedte zonder zuigbalk
      1138 mm
      Breedte zuigbalk
      1120 mm
      Hoogte
      1471 mm
      Werkbreedte
      850 mm
      Doorrijdbreedte autonoom (min.)
      1350 mm
      Randafstand autonoom (min.)
      150 mm
      Afmeting verpakking lxbxh
      2100x1360x1800 mm
      Bandenuitrusting
      Voorwiel, breedte
      125 mm
      Voorwiel, diameter
      250 mm
      Achterwiel, breedte
      70 mm
      Achterwiel, diameter
      350 mm
      Gewicht
      Toegestaan totaal gewicht
      830 kg
      Leeggewicht (transportgewicht)
      630 kg
      Borstelcontactkracht, max.
      667,08 (68) N (kg)
      Borstelcontactkracht, max.
      2,1 (215) N/m2 (g/cm2)
      Oppervlaktedruk
      Zwenkwiel
      max 0,6 N/mm2
      Achterwiel
      max 0,8 N/mm2
      Gegevens capaciteit apparaat
      Aantal batterijen
      4
      Nominale spanning, li-ion
      25,6 V
      Batterijcapaciteit, li-ion
      320 Ah (5 h)
      Vermogen rijmotor
      2x 650 W
      Vermogen zuigturbine
      552 W
      Vermogen borstelaandrijving
      1500 W
      Looptijd met volle batterij
      4 h
      Beschermingsgraad
      IPX3
      Zuigen
      Zuigvermogen, luchthoeveelheid
      19...24 l/s
      Onderdruk (max.)
      11,9...14,7 (119...147) kPa (mbar)
      Reinigingsborstel
      Borstellengte
      800 mm
      Borsteltoerental
      380/670/950 1/min
      Interne oplader
      Nominale spanning
      100...240 V
      Stroomopname
      10-9,4 A
      Netbelasting
      1-2,25 kW
      Frequentie
      50-60 Hz
      Vermogen
      2740 W
      Oplaadduur batterij
      11,9...4,7 h
      Omgevingsvoorwaarden
      Toegestaan temperatuurbereik
      5...40 °C
      Watertemperatuuur max.
      50 °C
      Waterdruk vulsysteem
      1 (10) MPa (bar)
      Waterdruk vuilwaterreservoir-spoelsysteem
      1 (10) MPa (bar)
      Relatieve luchtvochtigheid
      20...90 %
      Helling
      Stijging werkbereik max.
      6 auto / 15 manu %
      Helling korte afstand (max. 10 m) transport, laden
      25 %
      Berekende waarden conform EN 60335-2-72
      Hand-arm-vibratiewaarde
      0,5 m/s2
      Onzekerheid K
      0,2 dB(A)
      Geluidsdrukniveau LpA
      64,5 dB(A)
      Onzekerheid KpA
      2 dB(A)
      Geluidsvermogensniveau LWA + onzekerheid KWA
      79,2 dB(A)

      KIRA B 200 (BD)

      Algemeen
      Autonome rijsnelheid (max.)
      5,4 km/h
      Handmatige rijsnelheid (max.)
      6,0 km/h
      Theoretische oppervlaktecapaciteit autonoom
      4890 m2/h
      Theoretische oppervlaktecapaciteit handmatig
      5410 m2/h
      Oppervlaktecapaciteit per tankvulling
      7143 m2/h
      Volume schoon-/vuilwaterreservoir
      200 l
      Volume grofvuilreservoir
      - l
      Volume reinigingsmiddeltank (optie dosering)
      10 l
      Reinigingsmiddeldosering
      0...3 %
      Waterdosering
      0...6 l/min
      Afmetingen
      Lengte
      1944 mm
      Breedte zonder zuigbalk
      1138 mm
      Breedte zuigbalk
      1120 mm
      Hoogte
      1471 mm
      Werkbreedte
      900 mm
      Doorrijdbreedte autonoom (min.)
      1350 mm
      Randafstand autonoom (min.)
      150 mm
      Afmeting verpakking lxbxh
      2100x1360x1800 mm
      Bandenuitrusting
      Voorwiel, breedte
      125 mm
      Voorwiel, diameter
      250 mm
      Achterwiel, breedte
      70 mm
      Achterwiel, diameter
      350 mm
      Gewicht
      Toegestaan totaal gewicht
      828 kg
      Leeggewicht (transportgewicht)
      628 kg
      Borstelcontactkracht, max.
      774,99 (79) N (kg)
      Borstelcontactkracht, max.
      0,2 (29) N/m2 (g/cm2)
      Oppervlaktedruk
      Zwenkwiel
      max 0,6 N/mm2
      Achterwiel
      max 0,8 N/mm2
      Gegevens capaciteit apparaat
      Aantal batterijen
      4
      Nominale spanning, li-ion
      25,6 V
      Batterijcapaciteit, li-ion
      320 Ah (5 h)
      Vermogen rijmotor
      2x 650 W
      Vermogen zuigturbine
      552 W
      Vermogen borstelaandrijving
      1200 W
      Looptijd met volle batterij
      4 h
      Beschermingsgraad
      IPX3
      Zuigen
      Zuigvermogen, luchthoeveelheid
      19...24 l/s
      Onderdruk (max.)
      11,9...14,7 (119...147) kPa (mbar)
      Reinigingsborstel
      Borstellengte
      - mm
      Borsteltoerental
      177 1/min
      Interne oplader
      Nominale spanning
      100...240 V
      Stroomopname
      10-9,4 A
      Netbelasting
      1-2,25 kW
      Frequentie
      50-60 Hz
      Vermogen
      2460 W
      Oplaadduur batterij
      11,9...4,7 h
      Omgevingsvoorwaarden
      Toegestaan temperatuurbereik
      5...40 °C
      Watertemperatuuur max.
      50 °C
      Waterdruk vulsysteem
      1 (10) MPa (bar)
      Waterdruk vuilwaterreservoir-spoelsysteem
      1 (10) MPa (bar)
      Relatieve luchtvochtigheid
      20...90 %
      Helling
      Stijging werkbereik max.
      6 auto / 15 manu %
      Helling korte afstand (max. 10 m) transport, laden
      25 %
      Berekende waarden conform EN 60335-2-72
      Hand-arm-vibratiewaarde
      0,5 m/s2
      Onzekerheid K
      0,2 dB(A)
      Geluidsdrukniveau LpA
      64,5 dB(A)
      Onzekerheid KpA
      2 dB(A)
      Geluidsvermogensniveau LWA + onzekerheid KWA
      79,2 dB(A)
      <BackPage>

       



      </BackPage>